Niet-atleten over atletiek

Atletiek wordt wel de moeder aller sporten genoemd. Er is geen sport die in de wereld zoveel wordt beoefend als atletiek. Niet gek dan natuurlijk dat ook andere topsporters een mening hebben over de sport. Op deze pagina vind je tot en met Barcelona een aantal van die meningen terug.

De nieuwste bijdrage is van oud-schaatser Jochem Uytdehaage:

Heb je het over sporters, dan praat je vaak over atleten. Maar wat zijn dan die echte atleten? Persoonlijk is de omschrijving van een atleet voor mij als volgt: Een atleet is een sporter die fysiek, mentaal, cognitief en spiritueel optimaal ontwikkeld is en zichzelf ook blijft ontwikkelen. En dan kan dit een schaatser, zwemmer, hockeyer, voetballer of een speerwerper zijn. Dat maakt voor mij niet uit. Echte atleten pik je vaak zo uit een groep sporters. Dit zijn de mannen en vrouwen die ongeacht welke sport zijn doen heel snel het kunstje onder de knie krijgen of vaak zelf al op een acceptabel niveau hebben maar het in ieder geval blijven proberen. Maar binnen de sport wordt natuurlijk vooral gekeken naar de fysieke component, terwijl wij allemaal weten dat juist een "goede kop" essentieel is voor net dat beetje extra. Het verschil tussen goud en zilver. Vanwaar nu deze opmerking?

Omdat ik wanneer ik naar de atletiek kijk, en dan de meerkamp in het bijzonder, ik in deze discipline al deze facetten terug zie komen. Fysiek; lopen, gooien, springen en stoten. Maar ook mentaal; de switch tussen tegenvallers en meevallers en het omgaan met de collega's. Cognitief; rekenen en tactisch inzicht, maar vooral ook het feit dat het meer dan één onderdeel is. En dan spiritueel? Wanneer je de moeder der sporten in al zijn verschillende facetten beoefent kan dit niet meer betekenen dan dat dit uit passie en motivatie voorkomt. Zullen topsporters dan daarom juist atleten heten? Ik kijk in ieder geval uit naar dit onderdeel van de EK Atletiek!

De eerste bijdrage kwam van oud-volleyballer Bas van de Goor:

Heb je wel eens 10.000 flitsen tegelijk gezien? Volgens mij kan dat alleen bij een Olympische 100 meter atletiekfinale. Als de finalisten het stadion binnenkomen gaat er een eerste siddering door de massa: Daar zijn ze, de snelste acht mensen op aarde. Tot aan de eerste oefenstarts slenteren ze gefocust naar hun baan. Als de overbodige jacks en broeken uitgaan en iedereen geniet van de massieve lichamen wordt het langzaam stil in het Olympisch stadion van Sydney. Dit is het belangrijkste nummer op de Olympische Spelen. 100 meter van A naar B. Geen excuses. Maurice Greene draait zijn nek en tong nog een keer los. Ik merk dat mijn ademhaling ook sneller gaat. Fototoestel in de aanslag. On Your Marks.... 100.000 mensen halen nog een keer adem. Set.... Wijsvinger op de knop, stilte voor de storm. Pang.... 10.000 flitsen, het stadion ontploft. Acht mannen komen heel snel op ons af. Mensen voor ons gaan staan, wij dus ook. We mogen geen tiende seconde missen. Omdat we recht op de finish zitten hebben ik geen idee wie er heeft gewonnen. Op het scorebord verschijnt de naam van Maurice Greene. Meteen trekt hij zijn goudkleurige spikes uit en gooit ze in het publiek. Hoe krijg je in minder dan tien seconden een stadion in vuur en vlam, dat kan alleen maar in een atletiekstadion.

 

 En lees de interviews met Theo Reitsma en Paul Hartman van ASICS