Ledengroei

Vorige
1941 tot 1946
Ledengroei

In de jaren na de Olympische Spelen van 1928 telde Nederland circa 15 verschillende, met name gewestelijke of provinciale atletiekbonden. In 1930 stond het ledenaantal op 3.928 leden, waaronder 244 junioren. In de oorlogsjaren werden onder dwang van de Duitse bezetter alle onderbonden opgeheven, en bleef alleen de N.A.U. bestaan (Op last van de bezetter mocht sinds 1 januari 1941 de benaming Koninklijk niet meer gevoerd worden). In de oorlogsjaren nam het ledenaantal sterk toe. In 1946 telde de K.N.A.U. 17.408 leden, verdeeld over 9 districten en 357 verenigingen.   

Image