4x100m vrouwen jagen op Olympisch ticket

26 april 2021
Topatletiek Vorige

Het 4x100 meter vrouwen estafetteteam hoopt Olympische kwalificatie af te dwingen tijdens de Wereldkampioenschappen estafette. Nadine Visser en Marije van Hunenstijn zijn net terug van een trainingskamp met de estafetteselectie in het Turkse Belek en hebben vertrouwen in de missie van het team.

Dat het niveau hoog ligt, daar bestaat geen twijfel over. Vier van de vijf estafettedames (Dafne Schippers, Nadine Visser, Naomi Sedney, Marije van Hunenstijn en Jamile Samuel) hebben zich al individueel geplaatst voor de Olympische Spelen in Tokyo. Maar estafette is een vak apart, dat weet ook Van Hunenstijn. “Sprint is bijna automatisme. Je hoeft alleen te reageren op het startschot en zo hard mogelijk te lopen. Bij de estafette is meer concentratie nodig: je moet precies op het juiste moment vertrekken, je niet laten afleiden door de atleten in andere banen en het estafettestokje doorgeven zonder snelheid te verliezen.”

Kwalificatiemoment

De WK estafette op 1 en 2 mei in het Poolse Silesia zijn voor het 4x100 meter estafetteteam een belangrijk eerste meetmoment – en bovendien een mogelijkheid om te kwalificeren voor de Olympische Spelen in Tokyo. Sinds de Wereldkampioenschappen in Doha (2019), heeft het team geen estafettewedstrijd meer gelopen. Bovendien was de samenstelling van het team tijdens de WK net wat anders, omdat Schippers zich vanwege een liesblessure moest terugtrekken en Visser de estafette niet kon combineren met haar individuele onderdeel: de 100m horden. Met een 9e plaats liep het team (bestaande uit Nargelis Statia, Marije van Hunenstijn, Jamile Samuel en Naomi Sedney) nipt rechtstreekse plaatsing voor Tokyo mis.

Met een fitte Schippers en Visser – en afmeldingen van OS-medaillewinnaars Amerika, Jamaica en Engeland – lijkt het Olympische ticket voor het oprapen te liggen. Een top-8 klassering bij de WK estafette betekent directe plaatsing voor de Olympische Spelen. Wie van de vijf zich komend weekend mogen opstellen, en op welke positie, staat nog niet vast. ''Iedereen is fit. We weten dat we een sterk team hebben en een goede prestatie kunnen neerzetten'', stelt Visser, die dat graag beloond ziet worden met een medaille.

Puntjes op de i

De estafette is een onderdeel dat er vaak bij inschiet, maar tijdens het estafette-trainingingskamp in Belek (Turkije) afgelopen twee weken was er tijd om de laatste puntjes op de i te zetten voor de WK estafette. “Dat iedereen ook een individueel onderdeel beoefent en een eigen trainingsschema en wedstrijdplanning heeft, maakt het soms lastig om gezamenlijke trainingen in te plannen,” legt Van Hunenstijn uit. Dat geldt zeker voor Visser, die zich hoofdzakelijk op de 100m horden focust: “Normaal gesproken geef ik mijn hordentrainingen voorrang, maar in Belek kreeg de estafettetraining prioriteit. Het was fijn om zo kort op het toernooi nog even de wissels te oefenen.”

Een goede estafette valt of staat met een vloeiende wissel van het estafettestokje tussen de atleten. De plek van het ‘checkmark’ – het punt dat aangeeft wanneer de volgende loper kan vertrekken – is daarvoor van groot belang. “Dat luistert heel nauw,” weet Van Hunenstijn. “Je wil op volle snelheid zijn zodra je het estafettestokje in handen krijgt. Vertrek je te vroeg, dan moet je afremmen en vertrek je te laat, dan zit er minder snelheid in de wissel.” En bij de estafette geldt nog meer dan anders: je wil het niet verpesten. “Je bent verantwoordelijk voor de prestatie van een ander, dat zorgt voor extra druk,” laat Visser weten. “Maar die extra druk helpt mij juist om nog scherper en meer gefocust te zijn.”

Teamspirit

Hoewel de druk hoog is en de focus op snelle tijden ligt, doet dit niet af aan de sfeer binnen het estafetteteam. “Het is gezellig met de meiden onderling en tegelijkertijd motiveren we elkaar om het beste in iedereen naar boven te halen,” vertelt Van Hunenstijn. “Dat atletiek een individuele sport is, maakt het extra bijzonder om dit met een team te delen.” Waar teamleden uit grote landen in de voorbereiding soms weinig contact met elkaar hebben, trainen de Nederlandse dames bijna dagelijks samen op Papendal. “Het helpt dat we elkaar al lange tijd kennen en het goed met elkaar kunnen vinden,” stelt Visser. “Dat draagt bij aan de dynamiek in het team en bevordert het teamgevoel en onderlinge vertrouwen.”

Tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro kende het 4x100m estafetteteam een andere samenstelling: Jamile Samuel, Dafne Schippers, Tessa van Schagen en Naomi Sedney. Van Hunenstijn was wel onderdeel van het Nederlandse team, maar kwam niet in actie. “Uiteindelijk moet het sterkste team lopen en als ik daar niet bij zit, is dat zo. Maar ik ben in vier jaar tijd veel gegroeid en weet 100 procent zeker dat ik er nu klaar voor ben.” Dat blijkt ook uit het feit dat Van Hunenstijn de individuele limiet op de 100 meter al op zak heeft en slechts één tiende is verwijderd van de limiet op de 200 meter. Maar voordat daadwerkelijk over de Olympische Spelen in Tokyo gedroomd kan worden, zal het team aankomend weekend eerst moeten bewijzen dat zij daar thuishoort.

Tekst: Lysanne Wilkens
Fotografie: Erik van Leeuwen (WK Atletiek Doha) en Lars van Hoeven (Papendal Games)