Bram Som: Verantwoordelijkheid nemen voor je eigen proces

23 december 2019
Atletiekfan Vorige

Wie alles uit zijn of haar sportcarrière wil halen, moet kiezen. Soms vallen die keuzes goed uit, andere beslissingen helpen je niet - ook al lijken ze zo voor de hand te liggen. In een reeks interviews met oud-toppers vragen we hen om te vertellen over hún keuzes, omdat de talenten van nu daar wellicht hun voordeel mee kunnen doen. Dit keer: Bram Som.

De nieuwe Chef de Mission van de Olympische ploeg heeft onlangs aangekondigd dat het de sporters in Tokyo vrij staat om de opening van de Olympische Spelen bij te wonen. ‘Ik heb er spijt van dat ik dat nooit heb gedaan’, zegt Bram Som. ‘Terwijl het zó’n groot evenement is. Die atmosfeer heb ik nooit geproefd.’

'Ik had die atmosfeer graag geproefd'

Het was niet altijd zijn eigen keuze. Het atletiekprogramma begint pas halverwege de Spelen en de Nederlanders zitten op de dag van de opening soms nog op een trainingslocatie elders. Maar toch: Som had het graag meegemaakt. ‘Cathy Freeman die de vlam ontsteekt in Sydney: dat heb ik dus alleen op tv gezien, omdat we nog in Brisbane zaten’, zegt hij. Meer in het algemeen: coaches hebben de neiging om die Spelen heel klein te houden. ‘Alsof het een gewone wedstrijd is. Begrijpelijk: de spanning moet niet te groot worden. Maar het is echt wel iets bijzonders om er bij te zijn. Ik zou dat als coach anders doen.’

'Wat zal iedereen van me denken'

Een beslissing die hij wel zelf nam, maar die hij achteraf betreurt is zijn deelname aan de WK van 2007 in Osaka. Een jaar eerder werd Som in Gotenburg Europees kampioen. Hij sloeg het daarop volgende indoorseizoen over maar was in de zomer niet fit en had last van zijn achillespezen. ‘Ik liep, meen ik, niet eens officieel de limiet, maar mocht toch mee van de bond. In de series vloog ik er al uit.’ Waarom reisde hij af naar Japan, tegen beter weten in?

‘Omdat ik onder druk stond – of mezelf onder druk zette. Ik had het gevoel dat ik als Europees kampioen niet kon wegblijven. Ik wilde bewijzen dat ik bij de mondiale top hoorde.  Je omgeving en zeker de media verwachten ook dat je erheen gaat. Ik vreesde bovendien verlies van mijn status bij de bond en bij NOC*NSF. “Wat zal iedereen van me denken?”, ging er door me heen. Terwijl je als atleet echt op je eigen gevoel af moet gaan.’

'Pijnlijk maar moest gebeuren'

Dat geldt ook voor de derde verkeerde beslissing die Som nam. Beter gezegd: een beslissing die hij te lang uitstelde. ‘Ik ben te lang met Honoré Hoedt blijven samenwerken. Dat is geen verwijt aan zijn adres, maar als je van jongs af aan dezelfde trainer hebt en je zelf steeds meer verantwoordelijkheid wilt nemen voor je eigen programma, is dat vaak lastig. Als pupil en als junior is je coach een soort vaderfiguur, maar je moet je losmaken uit die situatie. Het is dan goed om te switchen naar een coach met wie je een gelijkwaardiger relatie kunt opbouwen.’ ‘Misschien zijn er coaches en atleten die zelf die verandering kunnen aanbrengen, waarbij de coach meegroeit met de atleet die volwassen wordt. Maar Honoré en mij is dat niet gelukt. Ik ben me daarvan bewust geworden toen ik met mentaal begeleider Marko Hoogerland ging samenwerken. Hij heeft me laten zien dat ik beter kon overstappen. Dat is pijnlijk, maar het moest wel gebeuren.’

'Plezier voorop: leven op een apenrots is niets voor mij'

Een van de meest positieve beslissingen in zijn carrière heeft Som wel aan Hoedt te danken. ‘Dat was de huisvesting in het Topsporthuis bij Koningsjacht, in de buurt van Papendal, dat Honoré kort na de Spelen van 2000 wist te vinden. We zaten daar met atleten van divers niveau. Het was beslist geen elitegroepje met alleen maar haantjes, maar juist heel laagdrempelig. Sommige jongens studeerden erbij. Ik heb er heel veel plezier gehad en het was voor mij helemaal geen opgave om als topsporter te leven.’ ‘Voor mij is de les voor een echte sportcarrière: het plezier met de mensen om je heen moet altijd voorop blijven staan. Leven op een apenrots is niets voor mij.’

'Verdieping in de trainingsleer'

De tweede goede beslissing die Som noemt is de samenwerking met Ruben Jongkind. Na een “tussenjaar” met bondscoach Grete Koens koos Som er in 2009 voor om zijn zwager en de al eerder ingeschakelde Hoogerland in zijn begeleidingsteam op te nemen. Jongkind was een triatleet met een grote passie voor het trainen en met de nodige kennis van de trainingsleer.

‘Hij was natuurlijk een familielid, maar ik leerde hem als coach kennen toen ik me af en toe aansloot bij een groepje atleten die hij tijdens trainingsstages in Spanje begeleidde. De ouders van mijn vriendin en van Ruben hebben daar een huis. Zijn manier van werken sprak me erg aan.’ ‘Dat riep her en der inderdaad twijfel op, omdat hij in atletiekkringen niet zo bekend was, maar voor mij was het belangrijk dat ik verantwoordelijk werd voor mijn eigen proces. Ik was de kartrekker; Marko en Ruben waren mijn sparringpartners. Ze waren het onderling ook niet altijd eens, maar dat accepteerden we van elkaar en dat hield ons scherp. En het dwong mij om mezelf ook meer te gaan verdiepen in de trainingsleer.’

Som zegt ook veel te danken te hebben aan de keuze om zich te verdiepen in de orthomoleculaire geneeswijze. ‘Ik had altijd last van hooikoorts en van een voedingsallergie waardoor ik vermoeid raakte. Ik kreeg dan pilletjes voorgeschreven die ook weer tot vermoeidheid leidden. Met hulp van Ruben heb ik kans gezien om de oorzaak aan te pakken en dat heeft me bakken aan energie opgeleverd.’‘Toen ik nog in het Topsporthuis woonde, hadden we de gewoonte om eens per week na een stevige training “onbeperkt pannenkoeken” te gaan eten. Heel leuk, natuurlijk. Maar het hele gebied van voeding en sport was nog nauwelijks ontwikkeld, zoals dat nu bijvoorbeeld op Papendal dagelijkse praktijk is. Dat heb ik allemaal zelf moeten uitvinden.’

'Ambities uit durven spreken'

Tenslotte: Som zegt geleerd te hebben hoe belangrijk is het om je ambities uit te durven spreken. ‘Ik heb in de aanloop naar de Spelen van 2012 openlijk gezegd dat ik in Londen een medaille wilde winnen. Dat is geloof in eigen kunnen en dat moet je alleen doen als je het van binnen zo voelt. Maar dat was bij mij het geval.’ Som dacht dat hij in de finale een tijd onder de 1.43 zou moeten lopen om op het podium te komen. ‘Daarvoor moest ik op het scherpst van de snede trainen en dat bleek voor mij te hoog gegrepen. Ik raakte geblesseerd. Daar heb ik, achteraf gezien, vrede mee, want ik heb er alles aan gedaan, ik heb er al mijn geld in gestopt en kan mezelf niets verwijten. Bovendien liep David Rudisha in die Olympische finale een fantastisch wereldrecord van 1.40,91 en bleven zeven atleten onder mijn NR van 1.43,45. Dus die medaille was er waarschijnlijk toch niet gekomen.’

Over Bram Som

Bram Som (1980) wint een bronzen medaille bij de EK voor junioren in 1999 en kwalificeert zich een jaar later voor de Spelen van Sydney, terwijl dat nog helemaal niet de bedoeling was. Vier jaar later komt hij in Athene in de halve finale en nog eens twee jaar later wint hij een gouden medaille bij de EK in Gotenburg. Som benadrukte zijn topvorm een week later door in Zürich het Nederlands record op 1.43,45 te zetten. In 2012 zet hij alles op alles om de Spelen van Londen te halen, maar die poging faalt. Sindsdien is hij onder meer een veel gevraagde haas bij grote atletiekwedstrijden, begeleidt hij enkele Afrikaanse topatleten en geeft hij training bij Team Zevenheuvelen.

Tekst: Cors van den Brink
Foto: Europacup Vaasa, 2007 (Erik van Leeuwen)