De keuzes van Wouter Brus

02 april 2019
Atletiekfan Vorige

Wie alles uit zijn of haar sportcarrière wil halen, moet kiezen. Soms vallen die keuzes goed uit, andere beslissingen helpen je niet - ook al lijken ze zo voor de hand te liggen. In een nieuwe reeks interviews met oud-toppers vragen we om te vertellen over hún keuzes, omdat de talenten van nu daar wellicht hun voordeel mee kunnen doen.

Wouter Brus behoorde vanaf 2011 tot de Nederlandse sprinttop. Zijn sportieve loopbaan begon overigens op het voetbalveld, bij de F-jes en E-tjes van een Arnhemse vereniging. Het plezier verdween toen hij een trainer trof die van mening was dat je jonge spelers kunt motiveren door ze op de bank te zetten. ‘Via een vriend van een vriend kwam ik bij Ciko’66 terecht. Toen ik voor de allereerste keer op een atletiekbaan kwam, wilde ik meteen laten zien dat ik sneller was dan hij. Ik verloor die tweestrijd, maar Henk Brouwer, die zijn trainer was, zei dat ik nog best goed in de buurt was gebleven. Zelf was ik meteen verkocht. Ik vond het sprinten geweldig.’

Vorig jaar liep hij een p.r. op de 200m en toch besloot Brus te stoppen met topsport. ‘Ik had in 2017 nog een redelijk goed jaar en was reserve bij de estafetteploeg bij de WK in Londen. Maar langzamerhand begon die rol als vijfde man me tegen te staan. Ik groeide wel, maar dat deden anderen ook en die namen de positie in die ik wilde hebben: een vaste plek in het team. Vorig jaar wist ik: hier doe ik het niet meer voor. Ik had mijn vriendin Judith Bosker ten huwelijk gevraagd. Ik heb een leuke vriendengroep die ik te weinig kon zien. Ik had mijn studie Toegepaste Psychologie afgerond en mijn werk als coach van leerlingen en docenten op een middelbare school vind ik heel leuk. En ons bedrijf in bootcamp-trainingen draait goed. Het besef groeide dat mijn prioriteiten elders waren komen te liggen. En pas toen ik afstand nam, kreeg ik echt door hoe klein je wereldje is als je aan topatletiek doet.’

Maar terugkijkend op die jaren in de topsport, wat ziet Brus dan als verkeerde keuzes?

‘Wat ik echt niet goed heb gedaan, was het luisteren naar mijn lichaam. Hoewel ik een tijdje fysiotherapie heb gestudeerd, bleek dat toch de achilleshiel in mijn carrière te zijn. Door blessures heb ik niet het niveau kunnen bereiken dat wellicht mogelijk zou zijn geweest’, zegt hij.

‘Het is heel moeilijk een balans te vinden tussen trainingsbelasting en rust. Ik had in ieder geval het idee dat ik altijd door moest, omdat ik steeds naar boven keek en me afvroeg wat anderen deden die sneller waren. Ik had de neiging om voor de kortste weg te kiezen: heel hard werken, eten, slapen en elke training de juiste focus hebben. Ik wist maar al te goed dat een maand rust vanwege een blessure zou betekenen dat de resultaten eronder zouden lijden. Dat steeds maar door willen gaan was een kracht, maar ook een valkuil. Want als je pijntjes negeert en een hamstring scheurt, lig je er minstens twee maanden uit.’

‘Ik dwong mezelf in een keurslijf. Koekjes en snoepjes waren vrijwel taboe. Toen ik terug kwam van de Spelen uit Londen heb ik een tijdlang alleen maar friet gegeten. De balans was volledig zoek. Pas vanaf 2015 heb ik die aan kunnen brengen in mijn dagelijks leven.’

"We hadden aan een half woord genoeg"

In 2009 stapte Brus over van Henk Brouwer naar Rogier Ummels, die toen coach was bij Atverni. Een paar jaar later ging hij met Ummels mee toen deze een aanstelling kreeg op Papendal. De samenwerking bleef in stand tot 2016.

‘Het was een hele gave tijd en onze samenwerking was intensief. We hadden aan een half woord genoeg om elkaar te begrijpen. Maar toen er wat jongere atleten in de groep kwamen, kreeg ik een soort leidersrol. Als Rogier er een keer niet was, hield ik de anderen bij de les. Achteraf denk ik dat ik me meer had moeten blijven richten op mijn eigen plan. Dat verwijt ik Rogier niet; ik had dat zelf anders moeten doen. Besef dat je als topatleet je eigen belangen heel goed in de gaten moet blijven houden.’ Tot de positieve keuzes rekent Brus de mentale training waarmee hij zijn emoties beter onder controle leerde houden. ‘Mijn mentale weerbaarheid is sterk verbeterd, terwijl ik daarvoor heel goede en heel slechte jaren afwisselde. Dat deed ik via gesprekken met Rogier en korte tijd ook met hulp van een haptonoom.’ ‘Mensen om je heen vragen je vaak: wat ben je van plan? Welke tijd ga je lopen? Terwijl je als sporter alleen met je taak bezig moet zijn - het uitvoeren van je raceplan - en alle andere gedachten moet uitbannen. En die focus uit de wedstrijd moet je zien mee te nemen naar de trainingen. Mij lukte dat overigens het beste tijdens estafettes: dan was ik alleen maar bezig met wat ik voor het team wilde doen. Bij individuele races was ik veel sneller afgeleid.’

‘Een goede beslissing was ook om af en toe in het buitenland te gaan trainen. Ik ben onder meer op stage geweest met de Italiaanse sprintploeg en ik trainde een paar weken in Engeland. Rogier stimuleerde dat ook. Dan doe je ervaring op op een heel ander niveau, met jongens die net even sneller zijn dan jij. Je voelt in die trainingen hoe het is om op topsnelheid te lopen. Dat is goud waard en dat wil je dan thuis herhalen.’ ‘Ik nam ook de gelegenheid te baat om honderden vragen te stellen, aan atleten en coaches. Dat deed ik trouwens ook in gesprekken met Nederlandse sprinters en oud-sprinters. Ik mailde ze of ik langs mocht komen en dan zaten we uren te praten. Heel leerzaam allemaal.’

"Zorg altijd voor een plan B"

Een laatste advies: zorg ervoor dat je, als atleet die tegen de top aanschuurt, altijd een plan-B hebt. ‘Dafne Schippers heeft dat niet nodig. Die kan haar eigen broek ophouden. Maar in het algemeen is topatletiek geen vetpot. Ik wilde per se niet bij pappa en mamma aankloppen, maar toen ik mijn A-status kwijtraakte, was ik het financiële buffertje dat ik had opgebouwd snel kwijt. Het heeft mij rust gegeven om te weten dat ik een inkomen kon vergaren door die bootcamp-trainingen en later ook in het onderwijs.’ Brus komt terug op de noodzaak van een balans, waarover hij eerder sprak. Toen verwees hij naar belastbaarheid en blessures. Maar eenzelfde balans zocht hij toen hij zich vorig jaar ging afvragen of alles wat hij moest opgeven voor de sport nog wel in evenwicht was met wat het hem opleverde. ‘De Spelen van Tokyo waren nog ver weg en het is maar de vraag of ik me daarvoor zou kunnen plaatsen. Mijn andere bezigheden en het plan een gezin te vormen werden steeds belangrijker voor me. Als je dat soort overwegingen krijgt, weet je meestal binnen een paar maanden wel welke stap je moet zetten’, zegt hij.

Over Wouter Brus

Wouter Brus (Groningen, 1991) nam als junior én senior deel aan Europese toernooien en maakte deel uit van het Nederlands estafetteteam, onder meer bij de Spelen van Londen in 2012 en enkele WK’s. In 2012 won hij brons op de 60m bij de NK indoor en in 2017 won hij dezelfde medaille op de 100m bij de NK baan. Zijn persoonlijk records op die afstanden: 6,78 (2015), 10,36 (2015) en 21.31 (2018).

Tekst: Cors van den Brink
Foto's: Erik van Leeuwen