EK Landenteams: De weg van speerwerper Lars Timmerman

07 augustus 2019
Toernooien Vorige

Speerwerper Lars Timmerman strijdt mee voor Nederland tijdens de Europese Kampioenschappen Atletiek voor landenteams. Het is acht jaar geleden dat hij voor oranje uitkwam. Zijn comeback is helemaal bijzonder wanneer je zijn weg er naar toe kent. Tel daar bij op dat hij naast z’n sport fulltime werkt, grotendeels alleen traint en vijf dagen na het toernooi gaat trouwen.

Aanstaand weekend, 9 tot en met 11 augustus, strijdt het Nederlandse team in Noorwegen tegen 10 andere landen: Belarus, België, Hongarije, Ierland, Litouwen, Noorwegen, Portugal, Roemenië, Slowakije en Turkije. De uitslagen van 18 individuele disciplines en twee estafettes samen resulteren tot een puntentotaal. Het winnende land promoveert naar de Super League.

‘Eindelijk weer lekker aan het werpen’

Na acht jaar terug

‘Het is bijzonder, dat ik na acht jaar weer voor Nederland mag uitkomen. Al corrigeerde een collega atleet me al dat ik in 2017 nog deelnam aan de Universiade, een soort Olympische Spelen voor studenten. Maar nu ga ik op uitzending van de Atletiekunie, dat voelt echter. Mijn vorige en laatste keer dat ik aan een Europees toernooi meedeed, was de EK U23 ik was toen 20 jaar. In de tussentijd is er wel het één en ander gebeurd,’ lacht de optimistische Lars. ‘Dat ik nu geselecteerd ben, voelt als een bevestiging dat het de juiste keuze was om vol te houden wanneer het niet goed ging. Vorig jaar wierp ik sinds jaren weer 78 meter. Dat was een heerlijk gevoel. Toen dacht ik: zie je wel dat doorgaan de juiste keuze was. Want ik heb wel heel vaak gedacht: ik stop. Maar nu ben ik dus eindelijk weer lekker aan het werpen. Ik heb weer plezier in de sport en geniet van elke training. En ja, de erkenning dat ik nu mee ga naar de Europacup (de voormalige naam van EK Landenteams, red.) daar ben ik heel blij mee.’

‘Ik kon de hele wereld aan, ik had al 79 meter geworpen’

De weg van Lars: ik zou de Olympische Spelen halen

Lars blikt in vogelvlucht terug op de afgelopen twaalf jaar. Hij is open over zijn mindere periode van 2012 tot en met 2016. Wat opvalt is dat hij ook enorm enthousiast, realistisch en strijdvaardig is. ‘Ik was 16 in 2007 toen ik naar de EYOF ging. Er ging een wereld voor me open en ik dacht: dit wil ik ook bij de grote jongens meemaken. Na een blessurejaar in 2008, deed ik in 2009 mee met het EK junioren. Het jaar erna werd ik 4e tijdens het WJK en kort daarna verbrak ik het Nederlandse record, dat sowieso al op mijn naam stond. Ik kon de hele wereld aan, ik had al 79 meter geworpen! Ik geloofde echt dat ik de Olympische Spelen zou halen. Niet dus. Het was voor het eerst in mijn leven dat ik de mentale strijd aan moest gaan: omgaan met tegenslag. Tot die tijd ging alles me voor de wind. Ik was 20 jaar en de buitenwereld had hoge verwachtingen van me. Dat vond ik lastig. Ik weet het nog zo goed, ik deed in 2011 mijn openingswedstrijd op het Nationaal Baancircuit in Lisse. En daar zeiden vooraf minimaal veertig mensen tegen me: “Vandaag ga je over de 80 meter heen, hè Lars!” Ik geloofde dat toen zelf ook. Ik had een goede wedstrijd, ik wierp heel stabiel zo rond de 75 meter. Maar na afloop was ik enorm teleurgesteld. Vanaf toen ging het bergafwaarts. Ik zat vast in mijn dromen, wensen en doelen. En ondertussen ging het alleen maar slechter.’

‘De ommekeer kwam op kerstavond’

De weg van Lars: naar beneden en terug omhoog!

‘In 2012 werd ik geopereerd aan mijn elleboog, in plaats van dat ik naar de Olympische Spelen ging. Na de operatie kon ik niet meer op mijn manier werpen, ik moest m’n elleboog ontzien. Ik heb mezelf toen een nieuwe manier aangeleerd. In de jaren erna trainde ik nog harder en maakte me die nieuwe manier helemaal eigen. Maar ik was niet tevreden, ik kwam niet verder dan 74 meter. Ik deed in die periode alles voor de sport, maar werd er ongelukkig door. Dat was dan ook de periode waarin ik vaak dacht: hoelang doe ik dit mezelf nog aan? Ik stop. Maar vrij snel kwam dan weer de gedachte: ga door!’ De mentale en fysieke strijd van Lars duurt tot en met 2016. Lars rond dan zijn hbo-studie af, gaat samenwonen met zijn aanstaande vrouw en besluit minder te trainen. Het jaar erna gaat het al beter. In 2017 kwam de grote ommekeer. ‘Ik weet dat moment nog zo goed, het was kerstavond. Ik bekeek wat worpen terug van 2009 en 2010 en zag het opeens haarscherp: mijn werptechniek van toen. De techniek waarmee het altijd zo goed ging. Ik ben die avond nog naar de baan gegaan om te werpen, en opeens kon ik het alleen nog maar op die oude manier. Het lukte me niet eens meer om op de aangeleerde manier van na de operatie te werpen. Ik belde mijn trainer en op oudejaarsdag trainden we samen: alle worpen waren goed en ver. Op dat moment besloot ik: ik ga er voor, dan gaat m’n elleboog maar kapot. Dit is mijn manier van speerwerpen. En ja, ik heb af en toe nog wel last, maar ik kan er mee werken en met de pijn kan ik leven. Het is wat het is. Ik werp liever ver met een klein beetje pijn, dan minder ver zonder pijn,’ vertelt de optimistische Lars.

Verwachtingen EK Landenteams

‘Persoonlijk ga ik voor een seizoensbeste. Dan is het voor mij een goede wedstrijd. Ik heb op afstand nog een hoop wensen hoor, maar eerst maar eens een goede worp waarmaken.’ Van het afgelopen NK baalt Lars gruwelijk. Ik zat toen in een keuzespagaat van mijn oude en aangeleerde techniek inzetten, en dat pakte niet goed uit. Maar voor het EK heb ik mijn strijdplan al klaar, daar is geen ruimte voor twijfels. Ik vind het vet om me komend weekend te kunnen meten met de beste, en die zijn daar. Er is een jongen bij die al 89 heeft geworpen. Dat is 10 meter verder dan mijn PR. Ik vind het leuk dat er zoveel goede jongens meedoen, ik hou van de competitie. Ik verlies liever met 10 meter en dat ik zelf een goede wedstrijd heb gehad, dan andersom. Ik wil natuurlijk dat we promoveren zodat Nederland volgend jaar weer in de Super League staat. En dan hoop ik zelf ook mee te doen, maar dat is voor latere zorg. We staan daar echt als team en dat terwijl atletiek een individuele sport is. Dan geeft een heel andere dimensie aan de sport. Mensen zijn allemaal super geïnteresseerd in elkaar, en we moedigen elkaar enorm aan. Er heerst echt een teamsfeer. Dat herinner ik me van acht jaar geleden, mooi dat ik dit nog een keer kan mee maken.’

‘Ik train minder, ik ben al sterk genoeg’

Na elke werkdag, alleen trainen

Lars werkt fulltime als accountmanager en woont in Uden. Hij traint elke avond na zijn werkdag, alleen. Zijn trainer Keith Beard zit in Woerden. ‘Dat is soms is lastig. Maar ook dat is, was het is. Ik kan goed zelf trainen hoor, we bellen vaak en ik train zoveel mogelijk bij hem in de weekenden. Het voordeel is dat ik op deze manier wel elke avond thuis bij mijn vriendin kan zijn. En de avonden zijn genoeg trainingsuren voor mij. Dat is het voordeel van al die jaren zo enorm hard trainen, ik blijf met veel minder trainen op niveau. Mijn fysieke waardes hoeven niet beter te worden, ik ben sterk genoeg. Daarbij zorgt mijn stabiele leven van nu, naast de eye opener op kerstavond, dat het weer zo goed met me gaat. Ik heb nu een vaste baan, een huis, ik ga trouwen. Mijn leven toen was onzeker: ik was topsporter, student en ondernemer tegelijk. Zondag (de wedstrijddag van Lars, red.), vliegt Keith speciaal voor mij in. Dat vind ik zo gaaf, dat het mogelijk is. Hij is er een paar uur voor de wedstrijd. Mooi dat we het samen kunnen meemaken.’

Tekst: Esther Vliege
Fotografie: Erik van Leeuwen