Gert-Jan Schep: De ultieme liefhebber en topatleet

19 maart 2021
Topatletiek Vorige

Het had zo mooi kunnen zijn. 17 jaar na zijn allereerste deelname aan de Paralympische Spelen, in een andere sport in Tokio deelnemen. Helaas gooit een blessure roet in het eten. Het verhaal van de ultieme liefhebber, die zich ook door deze blessure, niet uit het veld laat slaan. “Ik kom hoe dan ook terug op de baan, trainen, afzien, naar toernooien gaan en daar medailles winnen is het allermooiste dat er is.

Wie de naam van Gert-Jan Schep (34) op google in typt, ziet berichten van een hele andere sport dan atletiek voorbij komen. Tot 2008 was Schep namelijk professioneel zwemmer. Op 17-jarige leeftijd stond hij al op de Paralympische Spelen. Met een 5e plaats op de 50 meter vrije slag en 200 meter wisselslag als hoogtepunt. Op ongeveer een seconde van het brons. Een glansrijke carrière in het vooruitzicht. In de jaren daarna verbrak Schep verschillende Europese- en Wereldrecords. In de vorm van zijn leven, om de jaren daarna op internationaal podium, voor de medailles te kunnen gaan.

Dat gebeurde echter niet. Er kwam een flinke kink in de kabel. In 2007 scheurde Schep de bicepspees van zijn rechterschouder af. Dit was het begin van vele blessures die elkaar snel opvolgden. ‘Ik kreeg op een gegeven moment last van vele spasme terugvallen. Hierdoor raakte mijn lichaam helemaal van slag.’ Schep had zich al wel gekwalificeerd voor de Paralympische Spelen van 2008, maar kon door de spasme terugvallen en schouderblessure helaas niet deelnemen. ‘Een enorme domper’ aldus Schep.

Het herstel duurde met verschillende operaties bijna 8 jaar voordat de inwoner van Lekkerkerk weer iets van sport kon gaan doen. Daarna ging het erg snel. ‘Ik was net 2 weken recreatief aan het hardlopen, toen ik op de Paralympische talentendag werd gescout door Heleen Moes, de talentcoach van de Paralympische atletiek.’                 

In januari 2016 begon Schep met atletiek en zijn ontwikkeling kwam in een stroomversnelling. Twee jaar later plaatste hij zich op de 400 meter voor zijn eerste internationale atletiektoernooi, het EK van 2018 in Berlijn. Het werd een toernooi om nooit te vergeten. Na een geweldige race pakte Schep in een toen nieuw Nederlands record van 58.81 een zilveren medaille. Zijn eerste internationale medaille op een eindtoernooi was na 32 jaar een feit. Schep kon zijn geluk niet op: ‘ Op het podium dacht ik aan al die jaren trainen, dat het net niet lukte en die dag lukte het wel. Dat gevoel is niet te beschrijven zo mooi. Ook dat mijn ouders op de tribune zaten, die al die jaren met me hebben meegeleefd, ja ik vond het erg speciaal. Vaak denk ik er nog met een glimlach aan terug.’

Met veel zelfvertrouwen vervolgde Schep zijn weg richting zijn uiteindelijke doel, de Paralympische Spelen van Tokio. Schep wist dat het een moeilijk traject zou gaan worden. Het niveau binnen de spasme klassen is al jaren enorm hoog. Toen hij de limiet hoorde van 57.00, moest hij even slikken. Tegelijkertijd wist Schep ook, wilde hij meedoen om de medailles, dan moest hij de limiet zeker halen. Anders had hij op de Paralympische Spelen niks te zoeken.

Door zijn 2e plaats op het EK van 2018 kreeg Schep een A status bij NOC*NSF. Toen kon hij gaan doen wat hij het allerliefst doet, fulltime met zijn sport bezig zijn. Schep vindt trainen het mooiste wat er is. ‘Elke training geniet ik van het afzien om elke dag nog beter te worden. Om uiteindelijk nog sneller op de 400 meter te gaan. In 2019 verbeterde hij zijn Nederlands record met bijna een halve seconde tot 58.39. Helaas haalde hij daarmee niet de limiet voor de WK Atletiek in Dubai.

Waar zijn concurrenten om de medailles streden in november, stortte Schep zich in de zware winter trainingen. De hele winter verliep vlekkeloos en Schep voelde dat hij echt grote stappen aan het maken was. Tot hij in maart 2020 vast kwam te zitten op trainingsstage op Tenerife. Het coronavirus zorgde ervoor dat de planning helemaal om werd gegooid. Helemaal toen een aantal weken later besloten werd dat de Spelen met een jaar werden uitgesteld. Voor Schep geen probleem, nu had hij nog een jaar extra om aan de limiet te voldoen. Wat wel een probleem werd, is dat vanaf maart 2020 in Nederland alle atletiekbanen dicht gingen en zelfs Papendal werd voor onbepaalde tijd gesloten. Schep moest zijn trainingen buiten de atletiekbaan gaan vervolgen. In een schitterende omgeving rond zijn woonplaats Lekkerkerk, maakte de 34-jarige Schep zijn trainingsuren. Begin juni kreeg hij last van een peesaandoening bij zijn grote teengewricht. ‘Door mijn CP heb ik minder gevoel in mijn spieren, dus ik krijg pas veel later last.’ Schep ging alternatief trainen door veel te gaan fietsen. Helaas kreeg hij te maken met meerdere spasme terugvallen, waardoor hij momenteel niet kan trainen. De oorzaak komt waarschijnlijk door overbelasting. ‘Het is gewoon heel ingewikkeld om met mijn spasme de balans te vinden in te veel trainen en te weinig trainen. Nu heeft mijn lichaam zo’n grote terugval gehad, dat ik voornamelijk bezig ben met herstellen.’

De afgelopen weken kreeg Schep om zich heen geregeld de vraag van mensen in zijn omgeving hoe het ging met zijn voorbereiding op Tokio. Daardoor besloot hij om in een facebookbericht een keer zijn verhaal te doen en dat kwalificatie voor Tokio niet gaat lukken. ‘Ik moet nu eerst de tijd nemen om te herstellen, maar ik wil zeker terugkeren op de baan. Het is ontzettend vervelend dat ik Tokio zal moeten missen, maar in de jaren erna zijn er nog genoeg mooie toernooien waar ik heel graag bij wil zijn.’

Tekst: Jelmar Bos
Fotografie: Hélène Wiesenhaan (atletiekfoto’s)