Guido Hartensveld: Meer dynamische stabiliteit door de cross

17 december 2018
Topatletiek Vorige

In de afgelopen vijftien jaar leverde Team Distance Runners veertien maal een of meer atleten voor de ploeg bij de EK Cross. Je kunt dus stellen dat hoofdcoach Guido Hartensveld wel een en ander weet over het veldlopen. ‘Maar je kunt me niet dieper beledigen dan te opperen dat er een “TDR-methode” bestaat, zegt hij met een grijns.

De Castricumse coach wil daarmee benadrukken dat de cross geen middel is dat voor iedere atleet hetzelfde doel naderbij brengt. ‘Dat zou bij ons ook niet kunnen, want we hebben atleten die de 400m als specialisme hebben en gebaat kunnen zijn bij een korte cross van 2,5km. Maar ook marathonlopers, voor wie de lange cross een heel andere functie heeft. En iedere atleet heeft natuurlijk een individueel programma.’ Beter is het wellicht om te vertrekken bij de jeugd. ‘Crossen hoort bij de ontwikkeling van jonge atleten’, vindt Hartensveld. ‘Ik heb Sebastian Coe horen vertellen dat hij als jonge atleet jaarlijks tientallen crosswedstrijden liep, terwijl hij het als atleet op de midden-afstand toch van zijn snelheid moest hebben. Maar daar draagt de cross aan bij. Net zoals ik het voor mijn marathonlopers belangrijk vind dat ze in de zomer baanwedstrijden over 5000m lopen.’

Bij veldlopen gaat het om strijd

Crossen bevordert ook de mentale kracht van atleten, zegt Hartensveld. ‘Het gaat bij het veldlopen niet om tijden, maar om strijd. Dat element wordt nog vergroot omdat je het op moet nemen tegen de lastige elementen in het parcours. Daar moet je steeds weer op anticiperen, zoals je dat ook moet doen bij versnellingen van je concurrenten.’ ‘Fysiek gezien ga je technisch beter lopen door te crossen. Je vergroot namelijk je dynamische stabiliteit. Op een goed, uitdagend parcours loop je afwisselend over harde paden, door mul zand en over modderige stukken. Je moet klimmen en dalen en er zitten vaak scherpe bochten of keerpunten in. Dat betekent dat je je voeten steeds anders moet neerzetten en dat prikkelt het lerende systeem. Daar profiteer je van als je op de baan of bij een wegwedstrijd onder extreme vermoeidheid de wedstrijd moet zien te beslissen. Je ontwikkelt een robuuste techniek, die onder die omstandigheden langer standhoudt. Ik denk dat het niet voor niets is dat Afrikaanse atleten, die vaak op cross-achtige manier trainen, zich zo goed ontwikkelen.’ ‘Een extra voordeel van het crossen, is dat je met een steeds wisselende snelheid loopt en steeds weer moet aanzetten bij een heuveltje of na een scherpe bocht. Je ziet de hartslag steeds op en neer gaan, er komt steeds wat melkzuur in je systeem en door dat te trainen, boek je winst.’

Lage hekjes als uitdaging

De atleten van Hartensveld hebben, met het Noordhollands Duinreservaat als achtertuin, volop gelegenheid om zich voor te bereiden op de cross. De coach is zich er niet altijd meteen van bewust, maar weet uiteindelijk natuurlijk dat er in die duinen voldoende elementen zitten die zijn lopers terugzien bij de crosswedstrijden. ‘En als we op de baan trainen zet ik tijdens dribbelpauzes wel eens lage hekjes in de baan als extra uitdaging’, zegt hij. Maar dan gaat het om de laatste fase van het trainingsprogramma, op weg naar de eerste wedstrijden. Dat programma is, met een EK Cross in het tweede weekend van december, elk jaar wel een puzzel, vindt de coach. Ook hierbij maakt hij weer onderscheid tussen jongere en oudere atleten. ‘Tegen de jongeren uit ons team die zich graag willen plaatsen voor een EK heb ik gezegd dat ze niet tot en met augustus baanwedstrijden moesten blijven lopen, terwijl ze misschien nog wel graag een p.r. wilden vestigen of eens een wedstrijd over een andere afstand wilden lopen. Maar wie naar een van de internationale jeugdtoernooien is geweest, heeft kort daarna een rustperiode ingelast. In augustus zijn ze zelf weer gaan opbouwen en begin september moesten ze klaar zijn om aan een volwaardig trainingsprogramma te beginnen. Je moet tenslotte eind november in vorm zijn om je bij de Warandeloop te plaatsen voor de EK.’

Maar met die EK is het crossseizoen uiteraard niet voorbij. Hartensveld bepleit voor junioren een volledig crossseizoen, waarin hij ook plaats inruimt voor de Sylvestercross, de Abdijcross, de Mastboscross en de Amsterdamse Boscross en uiteraard het NK Cross, dat in Emmeloord plaatsvindt (februari 2019). Ook reist hij naar enkele Vlaamse wedstrijden. Na opnieuw een rustperiode kunnen de atleten dan aan de voorbereiding op het baanseizoen beginnen.

Kies niet te jong voor wegwedstrijden

‘Ik zou graag zien dat de ranglijsten ook voor het crosscircuit een grotere rol gaan spelen, want die vormen zeker een stimulans bij de wedstrijden’, zegt hij. Voor de senioren – en zeker voor de atleten die ook op de weg lopen – is het lastiger om zich helemaal te focussen op de cross. ‘Zeker de atleten die moeten leven van de sport, of die veel kosten hebben voor trainingsstages en overige investeringen die hun sportieve programma nog beter maken, kan ik het niet kwalijk nemen dat ze vaker op de weg lopen. Daar zijn de inkomsten nu eenmaal hoger.’ Hartensveld ziet dat ook zijn betere junioren en neo’s al uitnodigingen krijgen voor wedstrijden over 10 tot 21km op de weg. ‘Ik snap het wel, maar ik zeg wel: kies niet te jong voor die wegwedstrijden. Tenzij je toekomst overduidelijk op de marathon ligt’

‘Als een atleet op de lange afstand alleen al alle NK’s wil doen, zijn dat zeven kampioenschappen. En dan komen daar eventueel nog internationale toernooien bij. Het is onmogelijk om bij al die wedstrijden - in topvorm - aan de start te staan. Je zult moeten kiezen en moeten combineren.’ In dat licht is het interessant wat de keuze van Michel Butter gaat opleveren. Hij nam de EK cross als belangrijk tussendoel en liep de Amsterdam Marathon vooral omdat hij graag Nederlands kampioen wilde worden. ‘Dus daar ging het om de strijd en niet om de tijd’, zegt Hartensveld. ‘Deze maand moet blijken of dat een goede voorbereiding is geweest voor de cross. En in het voorjaar blijkt dan of hij door al het crossen in vorm is gekomen om op de marathon aan de Olympische limiet te voldoen.’

 

Tekst: Cors van den Brink
Foto: Erik van Leeuwen