Jacqueline Goormachtigh: ‘Ik wil de coach zijn die ik zelf had willen hebben’

26 oktober 2019
Atletiekfan Vorige

Wie alles uit zijn of haar sportcarrière wil halen, moet kiezen. Soms vallen die keuzes goed uit, andere beslissingen helpen je niet - ook al lijken ze zo voor de hand te liggen. In een reeks interviews met oud-toppers vragen we hen om te vertellen over hún keuzes, omdat de talenten van nu daar wellicht hun voordeel mee kunnen doen. Dit keer: Jacqueline Goormachtigh.

‘Een eerste, goede beslissing was de keuze voor atletiek’, zegt Goormachtigh lachend. Die keuze lag niet voor de hand. ‘Vanaf mijn negende heb ik aan turnen gedaan en daar was ik heel goed in. Maar ik was groot en lang en de trainers wisten eigenlijk niet goed wat ze met mij aan moesten. Een van mijn broers zat op atletiek en op mijn zestiende ben ik een keer met hem meegegaan. Sprinten, hoogspringen … dat lag me wel. En sporten in een gemengde groep vond ik ook leuker dan alleen met de meiden bij het turnen.’

"Beste beslissing om zelf training te gaan geven"

Ze werd lid van PAC, waar min of meer toevallig aan het licht kwam dat ze ook goed met een kogel – en later een discus – overweg kon. Patrick Homoet werd haar trainer en twee jaar later won ze al brons bij de EK voor junioren in Varazdin met een worp van 57.22m, een Nederlands Jeugdrecord.

‘De beste beslissing die ik heb genomen is om na mijn carrière zelf training te gaan geven’, zegt ze vol overtuiging. Goormachtigh – sinds haar huwelijk heet ze Jacqueline van Daalen – was trainer bij PAC en heeft onder de naam Topflight Throwing Academy een eigen werpersgroep.

‘Dat zijn atleten die al op jonge leeftijd bij mij kwamen trainen en van wie er vijf al internationaal zijn doorgebroken’, zegt ze. Ze was enige jaren geleden verbonden aan ATR, waar de talenten in de Rijnmond gezamenlijk trainen. ‘Ik wilde echter liever met een kleinere groep werken. Sinds kort ben ik op verzoek toch weer actief voor ATR. Ook geef ik clinics bij Brabantse verenigingen en verzorg ik voor de Atletiekunie de regionale wintertrainingen voor de sectie “explosief”, waar naast de werpers ook springers en sprinters deel vanuit maken.’

Tien jaar te vroeg geboren

‘Ik wil de trainer zijn die ik zelf graag had willen hebben’, zegt Goormachtigh. Daarmee zegt ze niets negatiefs over haar eigen trainer Patrick Homoet. ‘Hij heeft mij heel goed begeleidt, maar hij heeft zich alles eigen moeten maken toen bleek hoeveel talent ik had. We moesten alles zelf uitzoeken en dan kan het niet anders dan dat je ook fouten maakt.’

‘Dat ik zeven jaar met hem ben blijven werken is niet handig geweest. Maar aan de andere kant kun je zeggen dat ik weinig keus had: er waren in Nederland weinig of geen trainers die ervaring hadden met échte talenten. Ik zat niet in de positie dat ik zomaar naar het buitenland kon. En trouw blijven aan je trainer is ook van waarde. Maar eigenlijk ben ik tien jaar te vroeg geboren, zeker als ik denk aan al die dopinggebruikers om me heen waar ik het tegen op moest nemen.’

Balans

De belangrijkste fout die ze achteraf kan aanwijzen is het gebrek aan balans tussen kracht- en techniektraining. ‘Toen ik begon met atletiek kon ik al snel zo’n 60 kilo bankdrukken. In heel korte tijd werd ik sterker en ging dat naar 80 kilo. Dat bleek niet handig, want mijn techniek bleef achter. Het voordeel is wel dat ik als trainer een expert ben in de evenwichtige ontwikkeling van atleten.’

Uitsmijter in Rotterdam

Wat niet wil zeggen dat ze helemaal geen internationale ervaring opdeed. Ik ben vaak met de Duitse werptop mee op trainingskamp geweest. En ik ben drie maanden op Cuba gaan trainen, in 1997. Dat is een heel goede keuze geweest, want daar heb ik veel geleerd. Er is zelfs sprake van geweest dat er een Cubaanse trainster naar Nederland zou komen, maar dat bleek niet te organiseren.’

Om dat soort stages te financieren – en om überhaupt in haar levensonderhoud te kunnen voorzien – maakte Goormachtigh keuzes die voor de buitenwereld wat vreemd aandeden. ‘Ik heb vier jaar in het weekend ’s nachts als uitsmijter gewerkt in een Rotterdamse discotheek. Ik verdiende in zo’n weekend meer dan in een normale baan en daardoor had ik meer tijd vrij voor de sport. Maar mijn sportarts Peter Vergouwen versleet me voor gek. “Ieder weekend een jetlag”, zei hij. Daarom ben ik er mee gestopt. Ik kreeg een baan bij Terlouw Recycling, een bedrijf nabij het Feyenoord stadion, waar ik aangepaste uren kon draaien en kon dus met het nachtwerk stoppen. Maar ik moest blijven werken, want ik had als sporter met een B-status slechts een bijlage van een paar honderd gulden per maand.’

Cirkel is rond

Ze is blij dat ze nu kan werken met jonge sporters die betere omstandigheden treffen. Een van hen is dochter Alida, die deze zomer een gouden medaille met de discus won bij de EK-onder 20. ‘Een paar jaar geleden heb ik op verzoek van de club de discus nog eens opgepakt voor een competitiewedstrijd. Ik gooide ongetraind 41,49meter. Alida deed diezelfde dag mee aan een andere wedstrijd en wierp daar precies dezelfde afstand. Toen wist ik dat de cirkel rond was.’

Over Jacqueline Goormachtigh

Jacqueline Goormachtigh (Dordrecht, 1970) begon in 1986 met atletiek en won in 1989 brons met de discus bij de EK voor junioren. Ze won tienmaal goud bij de NK en wierp in 1996 haar p.r. met een afstand van 63,86m. Datzelfde jaar nam ze deel aan de OS van Atlanta. Met de kogel kwam ze in 1993 tot een p.r. van 17,77m.

Tekst: Cors van den Brink
Fotografie: Coen Schilderman