Kamiel Maase: Durf te kiezen voor de sport

18 juni 2019
Atletiekfan Vorige

Wie alles uit zijn of haar sportcarrière wil halen, moet kiezen. Soms vallen die keuzes goed uit, andere beslissingen helpen je niet - ook al lijken ze zo voor de hand te liggen. In een reeks interviews met oud-toppers vragen we hen om te vertellen over hún keuzes, omdat de talenten van nu daar wellicht hun voordeel mee kunnen doen. Dit keer: Kamiel Maase.

Over de belangrijkste beslissing die hij nam met het oog op zijn sportieve carrière hoeft Kamiel Maase niet lang na te denken. Maar hij plaatst die keuze zowel in het rijtje positieve als negatieve ervaringen. ‘Het gaat om het stoppen met mijn werk bij DMV International. Dat deed ik in 2001 en het heeft heel goed uitgepakt. Maar ik was toen al dertig jaar en had die keuze eigenlijk veel eerder moeten maken.’

‘De aard van het beestje’, zo noemt hij de reden dat hij relatief laat alles op de sport durfde en wilde zetten. Maase studeerde in de VS, in Leiden en in Rotterdam (achtereenvolgens microbiologie, scheikunde en bedrijfskunde) en werkte daarna parttime in Veghel en later in Wageningen. ‘Ik had natuurlijk één studie kunnen doen in plaats van drie. En ik had soms genoegen kunnen nemen met een zeven, in plaats van een acht of een negen. Maar zo steekt deze meneer niet in elkaar. Ik wil altijd alles zo goed mogelijk doen. Maar wie vraagt Pieter van den Hoogenband ooit nog naar zijn tentamen-cijfers? Zijn Olympische prestaties zijn veel belangrijker.’

"Werken, dat zou ik nog lang genoeg kunnen doen"

In het laatste jaar dat hij de atletiek en het werk combineerde, liep de belasting teveel op. ‘Ik vond mijn werk heel leuk, maar kon niet leveren wat ik graag wilde. Tegelijkertijd kwam ik af en toe te laat op de training en ik voelde me soms ook te moe om goed te kunnen trainen. Ik ben een jaar bezig geweest voor ik echt kon kiezen. Op een gegeven moment was me echter wel duidelijk dat ik echt het maximale wilde bereiken in de sport. Werken, dat zou ik nog lang genoeg kunnen doen.’

Sommige topsporters kunnen niet kiezen, omdat ze de inkomsten uit hun werk nodig hebben. ‘Bij mij speelde dat dankzij mijn sponsors geen rol’, zegt Maase. ‘Het ging er puur om dat ik werk en sport beide zo leuk en uitdagend vond, terwijl het logischer was geweest om na de studies geen baan te gaan zoeken.’

De keuze om aan de Universiteit van Texas in Austin te gaan studeren schaart Maase ook tot de positieve keuzes in zijn carrière. ‘Ik wist van onder meer Marko Koers dat het hem goed was bevallen: je hebt er een redelijk flexibel studieprogramma en veel ruimte om te trainen. Ik vond in Stan Huntsman, die twee jaar geleden is overleden, een uitstekende trainer. Hij was autoritair en daar moest ik aan wennen, maar we zijn uiteindelijk goede vrienden geworden. Sportief is het een risico, want de belasting door studie, hard trainen en veel wedstrijden lopen is zwaar. Bij vijftig procent van de buitenlandse sporters die aan een Amerikaanse universiteit gaan studeren, loopt het uit op een mislukking. Maar mij heeft het als mens gevormd. Ik heb daar geleerd om op eigen benen te staan. Het was echt een versnelling in mijn ontwikkeling – en dan bedoel ik niet alleen in sportief opzicht.’

"Nu kan ik net zo goed doorlopen tot de Coolsingel'

Dat je als atleet zelfstandigheid nodig hebt, bewees Maase bij een andere keuze. Gedurende zijn hele topsportcarrière was Bram Wassenaar zijn trainer. ‘Hij is iemand die een geleidelijke opbouw voorstaat. Maar in 2001 heb ik gezegd dat ik al kort na de zomer wilde beginnen met de trainingen om snel in topvorm te zijn. Ik wilde bij de EK Cross, die altijd begin december plaatsvinden, goed presteren. Bram voelde er weinig voor, maar ik heb dat plan doorgezet en won dat jaar in Thun een zilveren plak. Dat was anders niet gebeurd.’

Maase verkreeg grote bekendheid bij het sportpubliek toen hij in 1999 bij de marathon van Rotterdam als haas startte, maar de wedstrijd uitliep en zich met een tijd van 2.10.08 als debutant kwalificeerde voor de Spelen van 2000 in Sydney. Hij schetst die gebeurtenis, die grote gevolgen had voor zijn carrière, als een reeks keuzes. ‘Ik zou de kopgroep tot 15km aanvoeren, waar een vriend klaarstond met kleding. Maar het ging zo lekker, dat ik verder ben gegaan. Na zo’n 30km had ik bij het atletenhotel uit kunnen stappen, maar ik liep nog steeds goed, ook al zaten we op het schema voor een wereldrecord. Vijf kilometer verder liet ik me terugzakken om uit te gaan stappen. Maar toen liet de kopgroep het tempo zakken. Dat wilde ik niet laten gebeuren, ook voor een Spaanse atleet in die groep die ik redelijk goed kende en die een mooie tijd wilde lopen. Dus ben ik weer gaan hazen. Ik zag het als een missie en het voelde als een echte beslissing. Een paar kilometer verder kon ik het tempo niet langer volhouden, maar dacht: nu kan ik net zo goed doorlopen naar de Coolsingel.’

Wat zijn de verkeerde keuzes die Maase maakte?

‘Ik had, achteraf gezien, veel meer tijd moeten steken in het oefenen met het drinken tijdens de marathonvoorbereiding. Ik ben een paar keer kokhalzend over de finish gekomen. Mijn maag en darmen hadden moeite de sportdrank binnen te houden. Dat drinken had ik veel vaker en ook tijdens zware tempoblokken moeten doen om mijn lichaam erop voor te bereiden.

Maase miste de WK van 2005 in Helsinki, terwijl hij dat jaar in de beste vorm van zijn leven stak, zo stelt hij. Al vier keer was hij op de 10.000m in de top-12 gefinisht; nu zat er meer in. ‘Ik kwam kort voor die WK terug uit een trainingskamp in Bad Dürrheim met lichte hamstring-klachten. Het plan was een laatste test te doen bij een 10km-wedstrijd in Voorthuizen. Daar ben ik écht geblesseerd geraakt en heb zodoende de WK gemist, waar ik enorm van heb gebaald. Ik heb ervan geleerd dat je niet vast moet houden aan je plan als je lichaam laat weten dat je even rust moet nemen. Hoe vervelend het ook is als je een wedstrijdorganisator en het publiek dan teleur moet stellen.’

Met een wat ruimere blik terugkijkend zegt Maase dat hij wellicht baat zou hebben gehad bij mentale begeleiding. ‘Na een eenmalige, volstrekt niet aansprekende kennismaking met dat fenomeen heb ik me er altijd van weggehouden. Nu zie ik in mijn werk voor NOC*NSF dat sporters echt baat kunnen hebben bij het trainen van wat we tegenwoordig “prestatiegedrag” noemen. Ik was en ben nog altijd echt gedisciplineerd, maar ik had mezelf als topsporter nog wel wat beter kunnen leren kennen.’

Over Kamiel Maase

Kamiel Maase (1971) behoorde van 1993 tot 2008 tot de Nederlandse top op de lange afstand en marathon. Hij is recordhouder op de 5000 en 10.000m met 13.13,06 en 27.26,29 en was dat tot voor kort ook op de marathon. Op die marathon liep hij 2.08.31 in 2003 en 2.08.21 in 2007. Hij was deelnemer aan de Olympische Spelen in 2000 (marathon), in 2004 (10.000m) en 2008 (marathon). Bij de EK cross in Thun in 2001 won hij zilver. Momenteel is hij werkzaam als Performance Manager Sport Science & Innovation bij NOC*NSF.
 

​Tekst: Cors van den Brink
Foto's: Erik van Leeuwen (1/2 marathon Schoorl 2007)