Marjan Olyslager: Voorkomen en oplossen tijdens de koffie

09 juli 2019
Topatletiek Vorige

Over twee dagen start het EK onder de 23 jaar in Gävle. Tijdens dit vierdaagse toernooi in Zweden, van donderdag 11 tot en met zondag 14 juli, strijden ruim 1500 atleten uit 51 landen. Marjan Olyslager is de teammanager van 24 Nederlandse atleten.

‘Met even praten tijdens een kop koffie, kun je een heleboel voorkomen en oplossen.’

‘Mijn belangrijkste taak is weten wat er in de ploeg gebeurt. Rogier Ummels is de hoofdcoach, ik de teammanager. We hebben vooraf duidelijk afspraken gemaakt over waar onze scheidslijn ligt. In het kort: hij focust zich op de sport technische aspecten, en ik op de organisatorische zaken eromheen én hoe het team functioneert. Rogier is als het ware de eerste rechterhand van de atleet, ik ben een belangrijke linker hand. Samen gaan we ervoor om de sporters zoveel mogelijk te faciliteren zodat zij kunnen shinen op hun best.’

‘Ze zijn geen zeventien meer’

De verwachtingen van Marjan

‘De atleten van het EK U23 zijn geen junioren meer. Ik verwacht dan ook een groep jonge volwassen die weten waarom ze hier zijn, en wat ze te doen staat. Deze groep benader ik op een andere manier dan de groep van vorig jaar (EK U18, red.). Bij de junioren had ik meer begrip voor gedrag wat net niet kan. Bij de atleten van U23 ligt de verantwoordelijkheid meer bij hun zelf. Natuurlijk kan iemand dan nog steeds wat geks doen tijdens spannende momenten. Maar ik kan ze daar makkelijk op aanspreken. Ook spreek ik me daar op voorhand al duidelijk over uit.

Ik sprak vanmorgen twee atleten, allebei gaan ze voor de eerste keer mee. Voor hun is het heel spannend. Maar als ik doorvraag dan hoor ik ook dat ze gefocust zijn, ze weten wat ze gaan doen op ‘hun dagen’. Maar ook wat ze de andere dagen doen, dan help en faciliteer je jouw collega sporters. Ik merk aan alles dat deze mensen geen zeventien meer zijn.’

De verwachtingen van de atleten

‘Ik spreek me niet uit over de mogelijke prestaties van atleten. In het meest positieve geval laten atleten die hoog op de ranglijst staan, zien dat ze daar ook horen. Andere sporters die technisch gezien wat lager staan, kunnen tijdens dit toernooi een hele mooie stap maken. Ik ben realistisch, je weet dat wanneer je met zo’n 25 man op pad gaat, er altijd een paar bij zijn waarbij het niet lukt. Dan is het aan ons om na te gaan: hoe hadden we kunnen bijsturen, vermijden of iets in hand kunnen houden? Zelfs wanneer je een rangslijt aanvoert, kun je 17e worden, dan gaat het ergens echt mis. Sport is niet maakbaar, je kunt wel je uiterste best doen. Overigens bespreek ik de verwachtingen per atleet wel met de coaches, verwachten we een top 3, top 8 of top 24 plaats bijvoorbeeld. Atleten bespreken de verwachtingen ook met hun coach.’

‘Alles weten zodat ik kan voorkomen’

‘Het is belangrijk dat ik de staf goed ken, de coaches, de medische staf. Vandaag (maandag 8 juli, red.) is er een ploegbijeenkomst op Papendal. Ik wil dan iedereen spreken, horen of er nog bijzonderheden zijn. Ik hoef niet van elke atleet alle ins en outs te kennen hoor. Maar ik wil wel weten wat er nodig is om het overall plaatje te kunnen zien. Ik moet indicaties herkennen en begrijpen, om met die informatie incidenten te voorkomen. Dat kunnen simpele dingen zijn. Is er bijvoorbeeld één twijfelende atleet die z’n twijfels bespreekt met zijn kamergenoot? Dan kan een tweede atleet ook gaan twijfelen. En onder hoge spanning neem je soms andere beslissingen, dan wanneer je in alle rust bent. Dat kan gaan om de tijd waarop je opstaat tot en met welke bus je neemt. Maar het kan ook gebeuren dat iemand op de wedstrijddag opeens een andere warming up doet, omdat hij dat iedereen ziet doen. Dat moet je voorkomen.

Uiteraard wil ik vandaag ook alle atleten even zien en spreken. Zo staat er een naam op de lijst van een jongen die ik voor het eerst zie, hij is nog nooit in het blikveld van de Atletiekunie geweest. Dat is ook gelijk de bevestiging dat sport niet maakbaar is, want nu staat deze relatief onbekende atleet wel mooi daar op het EK. Ik ga zeker even met hem en zijn coach praten, voor hem is het internationale terrein onwennig.’

‘Dingen niet aan de oppervlakte zichtbaar; hoor, zie of merk ik en koppel ik aan elkaar. Als nodig, doe ik er wat mee.’

Groepsgevoel

‘Tijdens deze teamdag zijn de atleten voor het eerst een hele dag samen. Kleding passen, foto’s maken, mediatraining. Ze draaien de hele dag om elkaar heen. Dat is het eerste moment dat het groepsgevoel ontstaat. Dat komt morgen (9 juli, red.) op Schiphol helemaal. Ik begin vanmiddag ook al met sturen, ik maak duidelijk wat ik van ze verwacht. Ik spreek ze overigens meestal niet rechtstreeks aan, dat doen de coaches. Ik zie wel alles, ik zie alle wedstrijden, ik spreek iedereen, atleten, staf en coachende ouders op de tribune. Mijn belangrijkste taak is te weten wat er in zich in de ploeg afspeelt. Zaken die niet direct aan de oppervlakte zichtbaar zijn. Die dingen hoor, zie of merk ik. Al die kleine dingen koppel ik aan elkaar, en daar doet ik wat mee als nodig. En dan kun je met een kop koffie vaak al een heleboel voorblijven en oplossen.’

iPad en notitieboekje

‘Qua organisatie is mijn functie dit EK niet heel ingewikkeld: we zijn in Zweden, dat is wel even anders dan bijvoorbeeld in Bulgarije waar je met papierenlijsten in de weer bent. Hier gaat alles elektronisch, met mijn iPad komt mijn hele leven hier wel goed, lacht Marjan ontspannen. ‘En ik heb altijd mijn aantekenboekje mee, ik schrijf heel veel op. Alles wat ik hoor en zie, ik maak eindeloze notities. Deze komen sowieso terug tijdens de eerste evaluatie ter plaatste, en later ook met Ad Roskam. Er komen punten altijd punten uit die de moeite waar zijn om te bepreken. We blijven ten slotte allemaal mensen, je kunt niet alles voorkomen.’

 

Tekst: Esther Vliege
Foto: Tim Buitenhuis (Team EK U23, 2019)