Marko Koers: Op tijd stoppen was een heel goede keuze

20 september 2019
Atletiekfan Vorige

Wie alles uit zijn of haar sportcarrière wil halen, moet kiezen. Soms vallen die keuzes goed uit, andere beslissingen helpen je niet - ook al lijken ze zo voor de hand te liggen. In een reeks interviews met oud-toppers vragen we hen om te vertellen over hún keuzes, omdat de talenten van nu daar wellicht hun voordeel mee kunnen doen. Dit keer: Marko Koers.

"Amerika heeft mij op vele facetten geholpen"

‘De belangrijkste keuze die voor mij goed heeft uitgepakt is de beslissing om in de VS te gaan studeren en trainen’, zegt Koers. ‘Dat geldt niet voor iedere atleet die naar een Amerikaanse universiteit gaat, want er wordt daar heel hard getraind en je komt in een onbekende omgeving. Maar ik kon me er mentaal wapenen en daar heb ik nog altijd profijt van. Bovendien ging mijn p.r. op de 800m in het eerste jaar al van 1.48 naar 1.45 en liep ik in het tweede jaar 3.38 op de 1500m.’

Maar Koers verwijst niet alleen naar de sportieve resultaten. ‘Amerika heeft mij op vele facetten geholpen. Ik heb er leren omgaan met allerlei externe prikkels waar je als topsporter mee te maken krijgt: de combinatie van studeren en trainen, het omgaan met de pers, de contacten met sponsors. Als 18- of 19-jarige doe je met het verblijf in het buitenland heel veel levenservaring op.’ Het geeft ook rust, zegt Koers. ‘Ik heb er vijf jaar lang kunnen trainen, vrij van de druk die ik hier in het wedstrijdseizoen voelde. En ik had het voordeel dat ik dankzij bemiddeling van Chris Leeuwenburgh op een heel goede universiteit in Illinois én bij een goede trainer terecht kwam. Mijn eigen coach, Theo Joosten, stond er helemaal achter. Mijn studie liep goed en ik werd er drie keer NCAA-kampioen – dat werkt natuurlijk ook mee.’

Strategische keuze zorgde voor finaleplaats

Een belangrijke keuze maakte Koers op een bijzonder moment, zo vertelt hij. ‘Ik heb me tot 1996 volledig op de 800m gericht en liep in 1992 in Barcelona ook die afstand. Maar in 1996 kwam ik heel onverwacht bij een wedstrijd in Parijs tot 3.33 op de 1500m, zonder er specifiek voor te hebben getraind. Ik was daarmee voor beide afstanden gekwalificeerd voor de Spelen van Atlanta, maar kon ze gezien het programma niet combineren.’ ‘Pas op het laatste moment hebben Theo en ik een keuze gemaakt. Ik was al wat langer in Atlanta; Theo kwam kort voor het atletiektoernooi van de Spelen begon. Ik ben naar het vliegveld gereisd om hem op te halen en daar hebben we in een restaurantje alle kansen tegen elkaar afgewogen. We keken naar het programma, naar mijn plek op de wereldranglijst en naar de deelnemerslijsten. Uiteindelijk gaf de doorslag dat er op de 800m drie series kwamen in de halve finale, waardoor er slechts twee atleten per serie naar de finale zouden gaan. Op de 1500m had ik meer kansen. Het werd een heel strategische afweging, maar die heeft me wel een finaleplaats opgeleverd.’

1998: jaar van disbalans

Niet tevreden is hij op het jaar 1998, toen in Boedapest de EK plaatsvond. ‘Theo en ik streefden altijd naar organische groei. Als de rek eruit was, dan was dat maar zo. Maar dat jaar had ik het gevoel dat het zou móeten gebeuren. Ik ben te hard gaan trainen en experimenteerde met een andere manier van trainen. Bovendien zat ik met een verhuizing die energie kostte. Kortom: een disbalans. Ik raakte geblesseerd en ben niet eens in Boedapest geweest.’

Min of meer in het verlengde van die ervaring schetst hij hoe hij in de laatste jaren van zijn carrière probeerde om zijn prestaties op niveau te houden of nog te verbeteren. ‘Als het minder gaat, voel je je “aangeschoten wild”. Ik ging met Jan en alleman in gesprek en er werd me van alles geadviseerd: visolie slikken, werken aan mijn ademhaling, zogenaamd een disbalans uit mijn lijf laten halen. Ik nam afscheid van Theo en ging bij Honoré Hoedt trainen. Dat was een lastige, pijnlijke keuze. Maar niets heeft écht geholpen.’ ‘Als je succes hebt, is het niet moeilijk om binnen de lijntjes te blijven. Input die je daar krijgt, is prima. Het versterkt je mindset en vergroot je horizon. Maar als je gaat shoppen omdat je niet meer weet waar je de progressie moet zoeken, neem je geen weloverwogen beslissingen meer. Ik vertrouwde niet meer op mijn intuïtie, terwijl juist dat me altijd had geholpen.’

Ruimte voor de toekomst

Tenslotte: een laatste, positieve keuze, die Koers tot de beste van zijn carrière rekent. ‘Misschien een beetje vreemd, maar dat was mijn beslissing om in 2004 bij de Nacht van de Atletiek in Hechtel géén laatste limietpoging te doen voor de Spelen van Athene. Ik was in de weken ervoor wel steeds iets sneller gaan lopen, maar ik wist ook dat het gat naar de limiet te groot was.’ ‘Mijn hele carrière heb ik naar een duurzame ontwikkeling gestreefd, waarbij iedere wedstrijd een plek had op weg naar het grote doel – en dat was vaak een EK, WK of de Spelen. “Proberen” bestond voor mij niet in een professionele carrière: ik deed iets omdat ik eraan toe was. Dan geeft het geen pas om op het laatste moment een wanhoopspoging te doen. Een goede kennis van me hield me dat voor en daar was ik het mee eens. Dus heb ik mijn coaches en anderen in mijn omgeving geïnformeerd en ben ik naar Hechtel gegaan om de pers te vertellen dat ik zou stoppen met topatletiek. Het was een mooi, strijdbaar moment én een enorme opluchting, omdat het ruimte gaf voor de toekomst.’

Over Marko Koers

Marko Koers (1972) behoorde als junior en senior tussen 1990 en 2004 tot de top van de Nederlandse middenafstand. Hij nam deel aan drie Olympische Spelen (1992, 1996, 2000) en bereikte in 1996 in Atlanta de finale van de 1500m, waarin hij zevende werd. Koers is Nederlands recordhouder op de 1000m (outdoor) en de Engelse Mijl (indoor) en was dat ook op de 1500m (outdoor). Hij won vier Nederlandse titels op de 800m en vier op de 1500m (in- en outdoor).

Momenteel heeft hij een eigen bedrijf, dat sportprogramma’s en clinics aanbiedt aan bedrijven, deels als voorbereiding op een groot loopevenement. Tevens is hij betrokken bij diverse programma’s op het gebied van sport, bewegen en gezondheid.

Tekst & foto: Cors van den Brink