Nederland presteert beter dan ooit tevoren op EK U23

12 juli 2021
Topatletiek Vorige

De Europese kampioenschappen onder 23 in Tallinn zitten erop. Aan de hand van enkele opvallende cijfers en feiten blikken we terug op de prestaties die de Nederlandse atleten van 8 tot en met 11 juli in de Estse hoofdstad leverden.

3

Drie atleten veroverden in Tallinn een gouden medaille. Jasmijn Lau was met een tijd van 32:30.49 de snelste op de 10.000 meter, terwijl Jorinde van Klinken de discus het verst wierp: 63.02 meter. Bij het kogelstoten kon niemand tippen aan de 18.11 meter die Jessica Schilder liet noteren.

In de 24-jarige historie van het EK onder 23 kwam het nooit eerder voor dat Nederland met drie gouden plakken huiswaarts keerde. De vorige beste prestaties dateerden van de jaren 2013 en 2015, toen onze atleten twee keer goud veroverden. In 2013 won Douwe Amels in het Finse Tampere het hoogspringen en snelde een 21-jarige Dafne Schippers naar de winst op de 100 meter. In 2015 won Pieter Braun in Tallinn goud op de meerkamp en was Jip Vastenburg de allersnelste op de 10.000 meter bij de vrouwen.

6

In totaal keerden zes Nederlandse atleten met een medaille terug uit Tallinn. Behalve Lau, Van Klinken en Schilder boekten ook Ramsey Angela (brons op de 400 meter horden), Diane van Es (brons op de 5.000 meter) en Sven Roosen (zilver op de meerkamp) individueel succes. Met een totale oogst van zes medailles evenaarde de Nederlandse ploeg het record van 2013, toen er twee gouden, twee zilveren en twee bronzen plakken op de eindbalans stonden.

EK’s onder 23 met de meeste Nederlandse medailles

Jaar Plaats Goud - Zilver - Brons Totaal
2021 Tallinn (EST) 3 - 1 - 2 6
2013 Tampere (FIN) 2 - 2 - 2 6
2003 Bydgoszcz (POL) 1 - 1 - 3 5
2015 Tallinn (EST) 2 - 0 - 1 3
2017 Bydgoszcz (POL) 1 - 1 - 1 3
1997 Turku (FIN) 1 - 1 - 1 3
2019 Gävle (ZWE) 0 - 1 - 2 3
2011 Ostrava (TSJ) 0 - 0 - 3 3


6

De Nederlandse atleten namen voor de dertiende keer in de geschiedenis deel aan het EK onder 23. De zes medailles van de editie van 2021 leverde ons land een zesde plaats in het medailleklassement op, de beste eindscore sinds de start van het EK onder 23 in 1997. Alleen Italië, Duitsland, Tsjechië, Spanje en Frankrijk deden het de voorbije dagen in Tallinn beter dan de Oranje-atleten.

De vorige hoogste eindklassering dateerde van het toernooi van 2013 in Tampere, toen Nederland het EK beëindigde met een achtste plaats in een deelnemersveld van 45 landen.

5

Vijf van de zes Nederlandse atleten die in Tallinn op het erepodium terecht kwamen, veroverden hun eerste onder-23 medaille. Voor Jasmijn Lau was het al de tweede keer. De langeafstandsloopster won op het EK U23 van 2019 al eens brons op de 10.000 meter. Met een leeftijd van twintig jaar en 123 dagen werd ze toen de jongste Nederlandse medaillewinnaar op een EK onder 23.

Lau is pas de vijfde Nederlandse atleet met multiple medals op het EK onder 23. Rutger Smith, Dafne Schippers, Corrie de Bruin en Nadine Visser gingen haar voor. Van dat vijftal is Lau samen met Visser de enige die twee medailles haalt op hetzelfde onderdeel.

Nederlandse multiple medallists op het EK onder 23

Atleet # prestaties
Nadine Visser 2 brons 100mh (2015), goud 100mh (2017)
Dafne Schippers 2 goud 100m (2013), brons verspringen (2013)
Corrie de Bruin 2 goud discuswerpen (1997), zilver kogelstoten (1997)
Rutger Smith 2 goud discuswerpen (2003), brons kogelstoten (2003)
Jasmijn Lau 2 brons 10.000m (2019), goud 10.000m (2021)

39

Met de zes podiumplekken van Tallinn werd de Nederlandse oogst aan medailles op het EK onder 23 opgevoerd naar 39. Na dertien toernooien staan er nu twaalf gouden, elf zilveren en zestien bronzen plakken op de balans. Daarmee bezet Nederland een veertiende plaats, net achter Zweden (40 medailles) en vóór Griekenland (28). Twintig van de 39 Nederlandse medailles werden gewonnen door zestiende verschillende vrouwelijke atleten, de mannen haalden negentien plakken binnen, verdeeld over 21 verschillende atleten.

3

Nog even terug naar Jorinde van Klinken. Ze won goud dankzij een worp met de discus van 63.02 meter, bijna zes meter verder dan haar naaste belager Helena Leveelahti uit Finland. In de 24-jarige historie van het EK onder 23 wierpen maar twee vrouwen ooit nog verder dan de atlete uit Assen: de Duitse Shanice Craft in 2015 (63.83 in 2015) en de Oekraïnse Kateryna Karsak (64.40 in 2007). Jorinde bleef in Tallinn wel ruim onder haar persoonlijk record van 70.22 meter die ze op 22 mei in het Amerikaanse Tucson wierp.


Foto's: Coen Schilderman