Rens Blom: zijn leven voor en na de wereldtitel

07 mei 2019
Atletiekfan Vorige

Wie alles uit zijn of haar sportcarrière wil halen, moet kiezen. Soms vallen die keuzes goed uit, andere beslissingen helpen je niet - ook al lijken ze zo voor de hand te liggen. In een reeks interviews met oud-toppers vragen we hen om te vertellen over hún keuzes, omdat de talenten van nu daar wellicht hun voordeel mee kunnen doen. Dit keer: Rens Blom.

De sportcarrière van Rens Blom lijkt uiteen te vallen in twee delen: voor en na de sprong van 5,80m, waarmee hij op 11 augustus 2005 in Helsinki wereldkampioen werd. Een reeks goede keuzes leidden tot die prestatie. De eerste Nederlandse wereldkampioen in de atletiek nam na dat toernooi beslissingen die hij, terugkijkend, betreurt.

Twijfelkontjes komen er niet

‘Keuzes bepalen het succes op weg naar de top’, zegt Blom. ‘Twijfelkontjes komen er niet. Zelf was ik bijvoorbeeld nooit wereldkampioen geworden als ik niet in Duitsland was gaan trainen.’

En daarmee introduceert Blom meteen wat hij als belangrijkste stap in zijn sportcarrière ziet: de aansluiting bij een groep Duitse springers, in 1998, die in Leverkusen onder Leszek Klima trainden. Op dat moment was George Friant zijn coach, maar hij ontbeerde de juiste omstandigheden. ‘In Nederland was geen indoorhal. Met George ging ik naar een sporthal in Hasselt, waar we wekelijks één middag terecht konden en iedere keer zelf de polshooginstallatie moesten opbouwen. Ik wist dat ik mijn trainingsomvang kon uitbreiden en dat ik meer techniektraining moest doen. Met dit programma bleef ik te wisselvallig. Ik zag mijn leeftijdgenoot Danny Ecker veel meer progressie maken. In Leverkusen is de grote indoorhal met alle faciliteiten iedere dag beschikbaar, zoals dat tegenwoordig op Papendal is.’

Voor Blom was de verhuizing echter een ingrijpende verandering: weg uit het vertrouwde Sittard, de overstap van Friant naar Klima en een heel ander trainingssysteem. ‘Mijn ouders hebben me er heel erg in gesteund, want zelf ben ik iemand die opziet tegen het onbekende. Maar drie keer in de week heen en weer rijden, wat ik aanvankelijk deed, was geen oplossing.’

Blom vond aansluiting bij de Duitse top en werd daarmee ook een concurrent. ‘Daardoor kon ik niet bij Leszek blijven trainen’, zegt Blom. ‘Ik koos na de WK indoor van 2003 in Birmingham (waar Blom derde werd) voor Marc Osenberg, die ook Tim Lobinger begeleidde. Ook die keuze heeft heel goed uitgepakt. Marc was trainer én manager en dat gaf mij rust. Ook al vond hij het soms lastig dat ik nooit voor het geld koos en liever geen of een kleinere wedstrijd deed als ik wist dat ik daar beter zou kunnen presteren. ‘

'Ik durfde nauwelijks te genieten'

Een derde beslissing waar Blom tevreden en trots op terugkijkt, is de hervatting van zijn sportcarrière in 2012. Maar om dat goed te kunnen begrijpen, vertelt hij eerst over keuzes waar hij achteraf spijt van heeft.  ‘De eerste fout die ik maakte, was dat ik dacht dat ik ná die wereldtitel mijn leven gewoon kon voortzetten. Ik durfde nauwelijks te genieten. Laatst vond ik nog een dvd met beelden van de aankomst op Schiphol: een prachtig spektakel. Het is onvoorstelbaar, maar ik wist me daar niks meer van te herinneren.’

De wereldkampioen probeerde zijn leven klein te houden. ‘Ik wist me geen houding te geven. Als iemand me in de supermarkt aan wilde spreken, liet ik mijn wagentje staan en vluchtte ik naar buiten. Bij veel verzoeken dacht ik meteen: past niet in mijn schema. Terwijl het vaak niet veel tijd hoeft te kosten om iedereen tevreden te stellen, inclusief jezelf.’ ‘Verzoeken om mee te doen aan tv-programma’s als “Wie is de Mol?” hield ik af, terwijl ik daar juist had kunnen laten zien wie ik ben en wat ik kan. Als ik zie wat Gregory Sedoc na zijn carrière heeft kunnen opbouwen, dan ben ik daar wel eens jaloers op. Ik dacht altijd dat het alleen om de prestaties gaat, maar het gaat in de publiciteit ook om de persoon. Als ik daar meer mee had gedaan, was ik weerbaarder geworden.’

‘Ik besloot ook om weer terug te verhuizen naar Sittard, omdat dat vertrouwd voelde. Maar het was niet realistisch om te denken dat daarmee alles hetzelfde zou blijven.’

Binnen de Atletiekunie was er geen ervaring met de gevolgen van een grootse prestatie. Blom ontbeerde de juiste adviezen. ‘Pas later vertelde Tia Hellebaut, die in Beijing Olympisch goud won, me hoe zij het had gedaan: maandenlange stages in Zuid-Afrika en elders om in alle rust te trainen en af en toe in eigen land alles op je af laten komen.’ Zelf stuurde hij Dafne Schippers na haar wereldtitel bij de WK van 2015 een berichtje: als ze van zijn ervaringen met plotselinge roem wilde profiteren, was ze welkom.


Rens Blom, FBK Games 2014 (foto Erik van Lee
 

‘Achteraf ben je wijs. Op het moment zelf was ik stom'

Een tweede verkeerde keuze had te maken met zijn achillespees-problemen. ‘Ik wist dat ik behandeld moest worden en rust moest nemen. Het plan was om daar het jaar 2006 voor te gebruiken. Dan zou ik alleen een EK missen. Maar na Helsinki had ik het gevoel dat ik dat niet kon maken, omdat iedereen van de wereldkampioen verwacht dat-ie er staat. Daardoor ben ik veel te lang blijven kwakkelen. In 2008 heb ik alles op alles gezet om de Spelen te halen, eigenlijk tegen beter weten in. Aan het eind van dat seizoen was ik er echt klaar mee.’

‘Achteraf ben je wijs’, concludeert hij. ‘Op het moment zelf was ik stom.’

Mede door het succes van Blom verrees er in Sittard een indoorhal. Toen George Friant eind 2010 afscheid nam als bondscoach, nam Blom zijn taken deels over. ‘Maar ik kwam er al vrij snel achter dat het trainerschap mij niet ligt. Ik denk dat ik teveel een “be-like-me”-coach ben, die verwacht dat zijn atleten het net zo doen als hij het zelf als sporter heeft gedaan’, zegt hij lachend. ‘En dat werkt niet.’

Blom was dan wel niet erg gelukkig in zijn rol van bondscoach, het bracht hem wel weer dichtbij de sport. ‘We hadden trainingsstages met de Franse groep van Damien Innocencio, de oud-coach van Renaud Lavillenie. Hij overtuigde me ervan dat ik eigenlijk het liefst zelf weer zou gaan springen en moedigde me aan die stap te zetten. “Het zal je helpen om je carrière fatsoenlijk af te sluiten”, zei hij. Een heel goede keuze, zegt Blom. ‘Veel mensen verklaarden me voor gek, maar zo heeft het wel gewerkt. Ik heb nog twee, drie jaar heel veel plezier beleefd aan het springen en kan nu met trots terugkijken op wat ik in mijn hele carrière heb bereikt. En waarom zouden oudere atleten dit niet doen? In het tennis is het heel normaal dat oud-toppers op de grote toernooien hun wedstrijden blijven spelen.’

'Ik genoot omdat ik niets meer hoefde'

Blom sprong in 2013 en 2014 nog een ruim aantal wedstrijden, kwam tot 5,51m en genoot met volle teugen. ‘Omdat ik niets meer hoefde. Als ik fysiek last dreigde te krijgen, nam ik even rust en daarna kon ik weer verder.’ Begin september 2014 sprong hij in op de Domplatz in Aken zijn laatste wedstrijd. Tijdens zijn sportcarrière had Blom een bedrijfje dat websites bouwde, waarmee hij deels in zijn levensonderhoud kon voorzien. Hij bleef werkzaam in de ICT en is sinds vier jaar als business analist in dienst van KEMBIT, dat gevestigd is in het kasteel van Wijnandsrade.

‘Mijn activiteiten in de atletiek beperken zich tot medewerking aan het polshoogspringen in Aken’, zegt Blom, die bijna vijf jaar geleden vader werd van zoon Rafa. ‘Mijn vriendin Maud heeft een internationale functie bij DSM. Tot 2014 stond alles in het teken van mijn sport. Nu richten we ons gezinsleven zo in dat zij de ruimte heeft voor haar carrière.’

Over Rens Blom

Rens Blom (Munstergeleen, 1977) behoorde van 1996 tot 2008 tot de top van het Nederlandse polsstokhoogspringen. In 1997 werd hij Nederlands recordhouder-onder-23 met 5,62. Zeven jaar later bracht hij het seniorenrecord op 5,81. Een jaar later werd hij in Helsinki de eerste Nederlandse wereldkampioen in de atletiek. Kort daarna werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 2000 won hij brons bij de EK indoor, drie jaar later was hij derde bij de WK indoor, met een Nederlands indoorrecord van 5,75. In 2000 en 2004 nam hij deel aan de Spelen, met een negende plaats in Athene als beste klassering.

Tekst & foto artikel: Cors van den Brink
Foto artikel: Erik van Leeuwen, FBK Games 2014