Strijd barst los om nationale titels onder 18 en 20

12 februari 2020
Nederlandse Kampioenschappen Vorige

Na het daverende succes van de Nederlandse ploeg bij de EK u20 wordt er het nodige verwacht van deze lichting. Daarnaast is de NK u18 en u20 meteen een kans om je in een vroegtijdig stadium te plaatsen voor een internationaal toernooi. Een clash tussen meerkampers en specialisten, potentiele dubbelwinnaars en tactische races op de middellange afstand.

Druk programma Jansons, kruist degens met specialisten

Sven Jansons is één van de weinige atleten die Apeldoorn met drie gouden medailles had kunnen verlaten. Had, want na een succesvolle NK meerkamp heeft Jansons het verspringen gelaten voor wat het is en bewaard hij dat onderdeel voor de NK senioren. Op de 60 meter staat hij pal tegenover specialisten als Keitharo Oosterwolde, Brett Duff en Riq de Wit en mag hij nog van geluk spreken dat Gino van Wijk voor de 200 meter heeft gekozen, een onderdeel waar we Oosterwolde en Duff ook in actie zien. Oosterwolde start als favoriet, maar het verschil tussen de top 4 bedraagt dit seizoen slechts vier honderdste van een seconden. Reikhalzend wordt uitgekeken naar het duel op de 60 meter horden, waarop Jansons het op moet nemen tegen Mark Heiden. Heiden, fenomenaal bij het afgelopen EK u20 waar hij als B-junior zilver pakte, liep dit jaar al naar 7.89 seconden, de tijd waarmee Jansons vorig jaar de nationale titel pakte. Jansons op zijn beurt liep dit jaar al naar 7.91 seconden. Achter de twee is het voor Timme Koster erop of eronder. Een tijd onder de acht seconden betekent dat het haar van trainer Sven Ootjers eraf gaat. Zo niet, dan zien we Koster deze zomer zonder haardos. Alleen bij het verspringen start Jansons als favoriet, met de man in vorm Antonny Ediagbonya als voornaamste uitdager.

Krijgt Lobles het dit jaar wel voor elkaar?

Djoao Lobles kreeg het afgelopen winter net niet voor elkaar. Winnen op zowel de 400 als de 800 meter. Ludo van Nieuwenhuizen stak daar op de laatste afstand een stokje voor. Ook dit jaar heeft Lobles zich voor beide afstanden ingeschreven en kan Nieuwenhuizen opnieuw een sta in de weg zijn. Op de 400 meter, die Lobles vorig jaar soeverein won in een ijzersterke 48.06 seconden (3at) moet hij nu af zien te reken met Pim van Bakel en meerkamper Sven Roosen. Van Nieuwenhuizen zal opnieuw willen profiteren van de extra races die Lobles in de benen heeft. Een boemelrace ligt dan ook niet in de lijn der verwachting. Met teamgenoot Noah Baltus heeft Lobles er op de 800 meter een serieuze concurrent bijgekregen.

Wie kroont zich tot dubbelkampioen?

Een blik op de deelnemerslijst leert ons dat meerdere atleten kans maken op de dubbel. Zoë Sedney laat de 60 meter horden links liggen en komt in actie op de 60 meter en de 200 meter. Zus Naomi liet er in Düsseldorf geen misverstand over bestaan wie de snelste in de familie is. Nu is de 7.35 seconden wellicht wat ambitieus, het wordt interessant om te zien of het persoonlijke record van 7.47 seconden aan wordt gescherpt. Op de 200 meter valt er een limiet te verdienen voor het WK u20 in Nairobi. 23.90 seconden wordt gevraagd en dat moet voor Sedney, vorig jaar in Apeldoorn al goed voor 23.71 seconden, geen probleem zijn. Het record van Tessa van Schagen (23.63 seconden) staat op losse schroeven.

Voor Nsikak Ekpo is het zoeken naar de concurrentie op zowel de 60 meter als de 200 meter, nu zijn voornaamste concurrenten uitkomen in de onder 20 categorie (Oosterwolde, Van Wijk). Ekpo staat met de 6.93 seconden van eerder dit seizoen al op de derde plaats allertijden, mocht hij nog een plek willen stijgen, dan staat Keitharo Oosterwolde met 6.92 seconden in de weg.

Britt Weerman hoeft dankzij de 1.82 meter bij het hoogspringen helemaal niemand boven haar te dulden op de ranglijst allertijden. Maar Weerman is veel meer dan hoogspringster alleen. Op de 60 meter horden start ze als favoriet, maar zijn Arisa, Vlasman en Achterberg niet ver weg. Weerman heeft zich met hoog geplaatst voor de EK u18 in het Italiaanse Rieti.

Wie pakt er een ticket voor EK u18, WK u20?

De atleten die zich voor een internationaal toernooi hebben zich geplaatst zijn nog op twee handen te tellen. Sta niet raar te kijken als daar na het NK verandering in komt. Voor Matyas Kerekgyarto is het nog een kwestie van centimeters. Voor het EK-18 wordt bij het kogelstoten een afstand van 18.60 meer gevraagd, Kerekgyarto kwam dit seizoen tot 18.49 meter. Sarah van Beilen en Sofie Dokter sprongen allebei al 1.80 meter of hoger. Voor het WK u20 is 1.82 meter nodig. Wellicht dat ze elkaar naar grote hoogte kunnen stuwen. De limiet voor Britt de Blaauw op de 200 meter lijkt een kwestie van tijd. Helaas voor de spanning op dit onderdeel richt N’ketia Seedo zich op de 60 meter. Seedo moest afgelopen jaar in Alphen van den Rijn serieus aan de bak om De Blaauw, toen nog c-juniore, achter zich te houden. De 24.11 seconden die De Blaauw daar liep is onder de limiet voor het EK u18 (24.15 seconden). Dit indoorseizoen kwam ze tot 24.46 seconden. Damian Felter weet hoe het is om over de magische grens van 7 meter te springen. Doet hij dat opnieuw in Apeldoorn, dan mag ook hij zich gaan opmaken voor Rieti.

Kan N’ketia Seedo nog sneller?

Het is zonder twijfel de meest indrukwekkende prestatie van dit indoorseizoen. De 7.27 seconden van N’Ketia Seedo. Een tijd die ze vorig jaar ook al liep. Het Nederlands juniorenrecord staat al op haar naam, maken we een uitstapje naar het buitenland dan zien we dat de snelste tijd ooit gelopen door een atlete onder 18, de 7.24 seconden van de Amerikaanse Victoria Jordan is. Seedo is niet de enige die als grote favoriet van start gaat. Treedt Rick van Riel op de 1500 meter in de voetsporen van zijn broer? Robin was vorig jaar goed voor één van de hoogtepunten van het kampioenschap. Met een solorace liep hij naar 3.46.22 seconden, de tweede tijd ooit gelopen door een Nederlander. In het bijzijn van Marcin Lewandowski  is in Kenya de basis gelegd voor wat een succesvol seizoen moet worden. Britt Roos heeft de limiet voor het EK-18 al op zak en is sinds de speciaal ingelaste 800 meter bij de NK meerkamp ook de allersnelste ooit met een tijd van 2.07.83 seconden ( was 2.08.6, Ingrid Stoot 1979). Tot een duel met Amina Maatou die in diezelfde race goed is voor 2.05.42 seconden, net boven de wk-20 limiet, komt het helaas niet, want die start als grote favoriete in een leeftijdscategorie hoger. Alida van Daalen stootte de kogel dit seizoen al naar 15.85 meter en heeft daarmee de limiet voor het WK-20 binnen.

Tekst: Ivo van Haaren
Fotografie: Coen Schilderman (NK junioren 2019)

NK
Partners Atletiekunie
Nederlandse Spoorwegen Supporter van Bewegen
Partners NK