Talentcoach Fynn van Buuren: Ik heb elke keer een andere toolbox nodig

10 mei 2021
Topatletiek Vorige

Fynn van Buuren heeft als talentcoach van de Atletiekunie de para-atleten onder zijn hoede. Naast techniek en kracht geeft hij zijn pupillen skills mee waar zij ook in het dagelijks leven profijt van hebben.

De baan van Van Buuren kun je naast uitdagend en divers ook omschrijven als complex. Hoewel je als coach voor elke topatleet maatwerk levert, moet de enthousiaste 27-jarige trainer voor zijn para-atleten nóg vaker op zoek naar individuele oplossingen. Van Buuren vindt dit geen enkel probleem. Hij haalt er veel voldoening uit en merkt ook dat het hem prikkelt om creatief en inventief te zijn. ‘Ik begin met een para-atleet hetzelfde als bij een valide atleet. Je probeert de training zo normaal mogelijk te organiseren en kijkt vervolgens waar je vast loopt. Daarvoor zoek ik naar oplossingen. Soms krijg ik als reactie dat iemand iets echt niet kan. Daar heb ik natuurlijk alle begrip voor, maar ik probeer ze toch uit hun comfortzone te halen. Hier is juist hun winst te behalen. Wanneer het dan lukt, is dat voor de atleet een enorme overwinning.’



Van Buuren noemt een aantal voorbeelden. ‘Een atleet met twee protheses kan soms niet stabiel staan. Squatten met zware gewichten is dan heel lastig. Door hem op zijn knieën te laten zitten, kan hij toch met zware gewichten de oefening doen. En een atleet met een halfzijdige CP-aandoening laat ik juist meer krachtoefeningen doen voor zijn zwakkere kant. Dat voelt voor hem heel onnatuurlijk, omdat hij gewend is om zich te focussen op waar zijn kracht ligt. Maar door zijn zwakke kant sterker te maken, hoeft zijn sterke kant minder te compenseren. Hierdoor kan hij betere resultaten behalen. Je kunt de beperking nooit helemaal weg trainen, maar ik ben wel van mening dat alles trainbaar is. Het is leuk om te zien dat collega’s soms mijn trainingsstof overnemen. Dit komt omdat ik oefeningen bedenk, waar je bij een valide atleet nooit zou zijn opgekomen.’

Individuele benadering

Van Buuren deed trainerservaring op bij AV Pallas’67, G.S.A.V. Vitalis, Groningen Atletiek en RTC Noord. Hoewel hij met Reinier Penninga al een para-atleet onder zijn hoede had, was de overstap naar talentcoach van de Atletiekunie een sprong in het diepe. Hij kon veel afkijken bij bondscoach Arno Mul, maar moest ook zelf het wiel uitvinden. ‘Dat was niet anders geweest wanneer ik een rugtas vol ervaring had meegenomen. Elke para-atleet is verschillend en vraagt een individuele benadering. Zo is Zara Temmink slechtziend. Fysiek kan zij alles aan, maar het niet kunnen gebruiken van een visueel voorbeeld tijdens de trainingen geeft weer extra uitdagingen in haar begeleiding. Ik heb daarom elke keer een andere toolbox nodig.’

Zelfstandigheid en zelfredzaamheid is een voorwaarde om te trainen in de groep van Van Buuren. ‘Als coach probeer ik zo veel mogelijk uit de zorgverlenersrol te blijven. Het gebeurt wel eens dat iemand door zijn beperking moeite heeft met dagelijkse zaken of niet kan zorgen voor het onderhoud van zijn racerolstoel of prothese. Dan ga ik in gesprek, ook met de ouders, hoe we dit de atleet kunnen aanleren. Wanneer dit lukt, hebben ze daar iets aan voor de rest van hun leven. Ik vind dit heel belangrijk. De ontwikkeling van de persoon hangt samen met de ontwikkeling van de atleet.’

Johan Cruyff Foundation

De Johan Cruyff Foundation stelt Van Buuren, onder andere met een financiële bijdrage en een investering in racerolstoelen, in staat om zich gericht bezig te houden met scouting. De coach doet dit tijdens onder andere clinics op scholen en de talentendag van NOC*NSF. ‘Ik kan niet de nationale ranglijst erbij pakken en op basis daarvan de beste atleten uitnodigen. Ik probeer daarom zoveel mogelijk kinderen met een beperking enthousiast te maken voor atletiek en ze onder te brengen bij een atletiekvereniging. Daarna blijf ik met ze in contact, ook via de vereniging. Ik investeer veel tijd in het netwerk met de clubs.’

Talentengroep

De talentengroep bestaat uit negen para-atleten. De meesten trainen gemiddeld zo’n twee keer per drie weken op Papendal. Doordeweeks zijn ze actief bij hun eigen vereniging. Van Buuren gaat minimaal één keer per jaar langs bij hun club. Ook nodigt hij hun coaches uit op Papendal.

De grootste talenten kunnen vaker naar Papendal komen. In eerste instantie is dit voor twee à drie dagen per week. Als dit goed bevalt, krijgen ze de kans om fulltime te trainen. ‘Dat is de meest ideale situatie, omdat een para-atleet in een grote groep bij een vereniging niet altijd de persoonlijke aandacht krijgt die hij of zij nodig heeft.’

Wedstrijden en trainingskampen

De toptalenten krijgen dankzij de Johan Cruyff Foundation ook kansen om zich te meten tijdens internationale wedstrijden of extra begeleiding tijdens trainingskampen. Zo ook Cheyenne Bouthoorn. Zij liep met 15.20 de limiet op de 100 meter en is in afwachting of zij ook daadwerkelijk een startplek krijgt in Tokio.


Voor de overige atleten van Van Buuren (voor het merendeel tussen de 14 en 18 jaar) is Parijs 2024 een meer realistisch doel. ‘Het hangt deels af van hoe hoog het niveau is in een klasse. Sommigen hebben daar voordeel van, anderen juist niet. In de meeste categorieën is het niveau de laatste jaren erg omhoog gegaan. Je kunt niet meer een jaar nadat je bent begonnen met je sport op de Spelen staan. Dit is een goede ontwikkeling om een hoger niveau na te streven. Het betekent wel dat de investeringsweg langer is. Gelukkig krijgen we op Papendal de steun van onze embedded scientist. Hierdoor kunnen we de prestaties tot in detailniveau perfectioneren. De atleten doen inspanningstesten, maar kunnen bijvoorbeeld ook hun paslengte- en frequentie laten analyseren.’

De persoonlijke aandacht die Van Buuren aan zijn atleten geeft, vindt hij één van de mooiste onderdelen van zijn vak. ‘Omdat we werken met een kleine groep kunnen we soms echt de diepte ingaan en tot in den treure uitproberen wat voor iemand het beste werkt. De jongens en meiden kunnen hierdoor optimaal ervaren wat topsport inhoudt en zich als atleet én persoon ontwikkelen.’

Om meer mensen met een beperking op de atletiekbaan te krijgen bij verschillende atletiekverenigingen is het noodzakelijk dat het aanbod van aangepast atletiek wordt verbreed en versterkt. Dankzij de samenwerking tussen de Cruyff Foundation en de Atletiekunie is het mogelijk om structureel mensen met een beperking te enthousiasmeren voor atletiek. 

Tekst: Mathieu Hilgersom
Fotografie: Ankie Hogewind, Huub Keulers