Tokyo wordt steeds realistischer voor Zoë Sedney

01 april 2021
Topatletiek Vorige

Niet iedereen was blij met het verplaatsen van de Olympische Spelen naar 2021, maar voor de 19-jarige Zoë Sedney bood het nieuws juist kansen. Het jonge talent had eigenlijk 2024 in haar hoofd, maar hoopt zich nu toch dít jaar al voor de Olympische Spelen te kwalificeren.

Dat Sedney op 6-jarige leeftijd voor atletiek koos, was geen toeval. Zus Naomi deed al aan atletiek en ook vader Sedney was lid bij Atletiekvereniging Ilion in Zoetermeer. “Het was een logische keuze om met atletiek te beginnen”, vertelt Sedney. In eerste instantie lag de focus op de meerkamp, maar het talent in de loop- en sprongonderdelen bleef niet onopgemerkt. Op uitnodiging van Brendan Troost sloot Sedney in 2016 aan bij de sprint-hordengroep van Atletiek Trainingscentrum Rotterdam.

Niet volgens plan

Tot 2019 deed Sedney nog álle atletiekonderdelen. Een breuk met haar meerkamptrainer zorgde ervoor dat de focus volledig op sprint en horden kwam te liggen. “Ik wilde eigenlijk pas met de meerkamp stoppen op het moment dat ik senior werd. Dat ik nu niet heb kunnen laten zien waar ik tot in staat ben op de meerkamp, vind ik jammer. Het kwam er nooit helemaal uit,” vertelt Sedney, die tegelijkertijd absoluut geen spijt heeft van haar keuze.

Want de horden gaan haar goed af. Heel goed zelfs. Maar de liefde voor het onderdeel moest groeien. “In het begin vond ik het helemaal niet zo leuk,” geeft Sedney toe. “Ik was niet echt goed en zag mezelf dat ook niet worden. Mijn coach Brendan zag potentie en heeft me gepusht om meer op de horden te focussen.”

Medailles en finales

Dat bleek geen verkeerde keuze, want de Ilion-atlete won medailles op meerdere Europese jeugdtoernooien. Inmiddels is Sedney eerstejaars senior en begin maart mocht ze zich bij het EK Indoor voor het eerst meten met de ‘grote dames’. “Het niveau is het grootste verschil, maar dat wist ik van tevoren. Daardoor ga ik niet anders de wedstrijd in, ik wil in principe iedere race winnen,” laat Sedney weten, die in Torún indruk maakte door het tot de finale van de 60 meter horden te schoppen. “Winnen is niet altijd realistisch, maar achteraf ga ik pas relativeren. Als ik zie dat ik een goede tijd heb gelopen, ben ik ook tevreden.”

De progressie – twee tiende van een seconde – die Sedney dit indoorseizoen op de 60 meter horden boekte, biedt perspectief voor het outdoorseizoen. “Ik heb mijn snelheid tussen de horden het afgelopen jaar verbeterd. Outdoor moet ik over meer hordes heen, dus dat kan nog meer winst opleveren”, blikt Sedney vooruit.

Gunstige timing

Het persoonlijk record van Sedney op de 100 meter horden staat nu op 13.24s, de limiet voor de Olympische Spelen ligt op 12.84s. Dat Tokyo naar 2021 is verplaatst, betekent dat Sedney een jaar ouder, sterker en sneller is. “Vorig jaar was het mij denk ik niet gelukt om op dat niveau te komen, maar ik denk dat ik nu wel in de buurt kan komen. De progressie die ik indoor heb gemaakt, vertaalt zich ook naar outdoor. Ik kan echt nog wel een hap van mijn persoonlijk record afhalen,” laat Sedney weten, die toch ook realistisch blijft. “Het zou onwijs gaaf zijn om de Olympische Spelen te halen, maar ik lig er ook niet wakker van als het niet lukt. Tokyo had ik eigenlijk altijd afgeschreven, mijn vizier lag op Parijs 2024. Dat het nu toch ineens mogelijk lijkt, is ontzettend gaaf, maar ik wil de druk niet onnodig hoog maken voor mezelf.”

Het hoofddoel deze zomer zijn dan ook de Europese Kampioenschappen onder 23 jaar, die van 8 tot en met 11 juli in het Noorse Bergen worden gehouden. “Daar wil ik knallen! De finale moet haalbaar zijn. En de tijden van alle deelnemers liggen zo dicht bij elkaar dat ik zeker voor een medaille wil gaan.”

Tekst: Lysanne Wilkens
Fotografie: André Weening / Orange Pictures