Tomasz Lewandowski ziet atletiek ook als teamsport

01 december 2021
Topatletiek Vorige

Hij staat bekend als de man die twintig jaar lang de coach was van zijn broer Marcin. Maar de nu 40-jarige Tomasz Lewandowski begeleidde in die twee decennia veel meer atleten. Vanaf begin november is hij werkzaam voor de Atletiekunie voor het ontwikkelen van de talenten op de middenafstand.

Het begin van zijn trainersloopbaan had zich bij een Nederlandse atletiekvereniging af kunnen spelen. ‘Mijn moeder was voorzitter van de plaatselijke club in Police, een klein plaatsje in de buurt van Szczecin. Toen een van de trainers vertrok, vond ze dat ik de kindergroep maar onder mijn hoede moest nemen en sindsdien ben ik nooit meer gestopt met het geven van training’, vertelt hij. Helemaal toevallig was het niet dat hij voor de groep werd gezet: Tomasz studeerde al bewegingswetenschappen en was zelf een talentvol loper. ‘Mijn kracht lag op de langere afstanden. Bij de jeugd won ik altijd de langste afstand die voor mijn leeftijdsgroep op het programma stond. Maar op nationaal niveau kon ik niet tot de échte top doordringen en toen ik last kreeg van een hardnekkige blessure ben ik gestopt.’

“Een stressfractuur”, luidde de diagnose. Wellicht, zo oppert hij, ook het gevolg van overbelasting: studeren, zelf trainen én training geven en bijbaantjes zoeken om in zijn levensonderhoud te voorzien. ‘En tot mijn 18de heb ik ook nog intensief voetbal gespeeld, tot in het nationaal team aan toe.’

'Atletiek bereidt jongeren voor op volwassenheid'

Zijn zes jaar jongere broer Marcin was een van de atleten die Tomasz in zijn trainingsgroep kreeg en die samenwerking zou twintig jaar duren. ‘Hij gebruikte de training niet alleen om me een betere atleet te maken, maar ook een beter mens’, zo vertelde Marcin enkele jaren geleden in een interview. ‘Dat is inderdaad mijn filosofie’, beaamt Tomasz. ‘Atletiek heeft alles in zich om jongeren voor te bereiden op hun volwassenheid. Want iedere volgende stap in je sportcarrière vormt een uitdaging. Je moet leren omgaan met teleurstellingen en allerlei andere emoties, want er is in een wedstrijd maar één winnaar en slechts drie medailles. Meestal verlies je dus. Al is de sport daar niet uniek in. Hoe toegewijd je ook bent als je piano studeert, ook daar zullen maar een paar musici doordringen tot de echte top.’

Tomasz was zestien jaar verbonden aan de Poolse atletiekbond. ‘Maar de structuur is anders dan hier in Nederland. Coaches krijgen geen vaste aanstelling, maar worden aangesteld en betaald per trainingskamp en toernooi. Dat zijn er voor de topatleten dan wel zeven per jaar, van steeds een paar weken. Maar toen ik een gezin kreeg, was het me toch te onzeker.’ Hij werkte al enige tijd bij het bekende Aspire sportcentrum in Qatar en verhuisde een paar jaar geleden naar Noorwegen, waar hij een aanstelling kreeg bij een vereniging die met steun van een grote sponsor faciliteiten voor de ontwikkeling van topatletiek mogelijk maakte. Tegelijkertijd was Oslo de uitvalsbasis voor de groep internationale topatleten die hij om zich heen had verzameld. ‘Samen met Global Sports hebben we zelfs plannen gemaakt om een eigen trainingscentrum in Kenia te ontwikkelen en er een grotere, commerciële ploeg van te maken, zoals Global dat voor de wegatletiek met NN heeft gedaan.’

'Mijn passie voor coachen is de zoektocht naar verbetering'

Maar de coronapandemie zette vooralsnog een streep door die plannen. Het reizen werd steeds lastiger. ‘Ik heb nog wel online trainingen gegeven, waarbij ik live kon meekijken naar wat mijn atleten deden. Maar dat is niet zoals ik wil werken. Uiteindelijk besloten ook Marcin en ik begin mei dat we de samenwerking beter konden beëindigen, omdat hij in Polen woont en ik in Noorwegen. Je kunt beter een coach hebben die jou niet zo goed kent dan een coach die je misschien beter kent maar die je niet dagelijks kan ondersteunen.’

‘Mijn passie voor het coachen is de zoektocht naar verbetering. Ik probeer graag allerlei mogelijkheden uit. Hoe kan ik de mindset van mijn lopers verbeteren, welke drills passen bij de een en welke bij de ander, welke technologie, zoals het gebruik van een hoogtestage of klimaatkamer, werkt het beste? Daar duik ik graag heel diep in want voor de atleten met wie ik werk, gaat het om de laatste stappen op weg naar perfectie. En welke dat zijn, dat ligt per individu verschillend.’ Tegelijkertijd zoekt de coach ook naar mogelijkheden om als team te trainen. ‘Ik heb bijvoorbeeld met Honoré Hoedt de programma’s van zijn en mijn atleten naast elkaar gelegd om te kijken wat ze samen konden toen, als we op trainingskamp waren. Het duurwerk van een 400-meter loopster kan een mooie sprinttraining zijn voor een marathonloper.’

'Sport maakt een beter mens van je'

Voor Lewandowski is atletiek – ook – een teamsport. ‘Jakub Holusa, die bij mij trainde, was geblesseerd geweest en kwam daardoor laat in vorm. Hij had nog maar één kans om zich te kwalificeren voor een groot toernooi, bij een kleine wedstrijd in zijn eigen land. Maar hij had sterke tegenstand nodig om de limiet te kunnen lopen. Toen zijn Marcin en enkele andere atleten naar die wedstrijd gegaan. Geen prijzengeld, geen reiskostenvergoeding, maar atleten weten: je krijgt het wel een keer terugbetaald. Dat bleek bij een ander toernooi, waar Jakub al vroeg uitgeschakeld werd, maar bij Marcin bleef om hem tot aan de finale bij te staan tijdens trainingen en warming-ups. Dat bedoel ik als ik zeg dat sport een beter mens van je kan maken.’

Kort na de Spelen van Tokyo klopte de Atletiekunie aan bij Lewandowski en twee maanden later nam hij – voorlopig – zijn intrek in het hotel op Papendal, waar hij onder meer gaat samenwerken met Laurent Meuwly. ‘Ik ben nog op zoek naar eigen huisvesting hier in de buurt. Mijn gezin blijft vooralsnog in Noorwegen. Mijn zoon is vanwege mijn werk de laatste jaren zo vaak verhuisd dat weer een verandering ons momenteel geen goed idee lijkt.’

Dat hij inging op de aanbieding van de Atletiekunie had deels te maken met de corona-problemen van zijn eigen team. ‘Maar ik zie dit vooral als een mogelijkheid me verder te ontwikkelen. Er is hier in de staf zoveel kennis en ervaring verenigd, waar ik graag van wil leren. Ik zou bijvoorbeeld graag willen weten wat er met inzet van fysiotherapie mogelijk is om prestaties te verbeteren. Dat is voor mij een nieuw terrein. En zo zijn er hier nog veel meer hulpmiddelen die ik wil leren kennen.’

 

Tekst: Cors van den Brink
Fotografie: Orange Pictures (2021)*
* Foto’s in dit artikel zijn niet copyright vrij te gebruiken, maar kunnen bij Orange Pictures besteld worden