WK Dubai terugblik: twee keer onverwacht goud

21 november 2019
Toernooien Vorige

Van 7 tot en met 15 november vonden de Wereld Kampioenschappen Para Atletiek plaats in Dubai. We spraken met Ranki Oberoi en Ronald Hertog over de gouden medailles die zij wisten te winnen. 

Niks geen valse bescheidenheid. De twee wereldkampioenen Ronald en Ranki zagen hun gouden medaille echt niet aankomen. Ronald: ‘Ik stond 5e op de wereldranglijst. Ik voelde wel: ik sta er goed voor misschien ben ik in vorm voor een PR. Pas toen ik in de series al een PR liep én tijdsnelste was, dacht ik: misschien zit er een medaille in.’ Ranki: ‘Ik ging wel uit van een medaille, maar geen goud. Ik dacht steeds: ik kan de tweevoudig wereldkampioen (Abdul Latif Romly, red.) toch niet verslaan? Maar mijn wil is wel sterk hoor, ik sta op met een winnaarsmentaliteit. Ik was heel gretig die dag.’

In de 200 meter finale pakt Ronald Hertog (30) het goud in een waanzinnig tijd en een nieuw Nationaal Record: 22.20. Ranki Oberoi (26) sprong in zijn tweede poging z’n eigen Nederlands record (7.13, red.) uit de boeken met een afstand van 7.39 meter.

‘Er zijn er maar weinig die het halen’

De overwinning

Ranki: ‘Deze medaille stijgt boven alles uit, na alles wat ik heb meegemaakt en overwonnen. Dit is mijn grootste succes. Ik wil steeds voor meer gaan, na het EK vorig jaar wilde ik een medaille op dit WK. Mijn volgende doel is ook al helder: goud op de Spelen. Mensen zeggen misschien dat je voorzichtig moet zijn met dat soort uitsparaken, maar ik daag mezelf graag uit. Als ik mijn vorm behoud en sterker word, waarom zou het dan volgend jaar niet weer lukken,’ lacht de geboren optimist vrolijk.

Ronald: ‘Ik ben sinds 2006 beroepsatleet, dit was mijn laatste WK. Ik wil mijn bachelor orthopedie halen. Maar eerst nog full focus op de Spelen hoor. In al die tijd heb ik één keer eerder goud behaald (EK 2012 speerwerpen, red.). Niet dat al mijn medailles hiervoor minder waard zijn, maar het is wel heel kicken om na al die jaren van investeren op een mondiaal toernooi de allerbeste te zijn. Iedereen wil het zó graag, maar er zijn er maar weinig die het werkelijk halen.’

‘Ik kon het niet geloven, ik had het echt gedaan’

Verspringen

Ranki: ‘Tijdens de trainingsstage in Belek was ik hard met de zijkant van mijn bil op een horde gevallen, de hele week landde ik op mijn voeten. Pas tijdens de laatste training, twee dagen voor mijn wedstrijd, sprong ik met een gewone landing. Ik vond het spannend hoe dat zou uitpakken. Voor de laatste drie sprongen, de finale, zeiden een aantal uitgeschakelde concurrenten tegen me: “wow misschien ga je de Maleisiër (toenmalig regerend wereldkampioen, red.) wel verslaan.” En ook: “jij gaat nummer één worden Ranki, je had zo’n mooie sprong.” Dat was fijn maar ook lastig: ik moest wel blijven focussen. Het werd steeds warmer en later, we moesten nu dealen met tegenwind. Ik probeerde te focussen en mezelf te pushen om nog verder te springen, maar dat lukte niet. Bij de laatste sprong was het zo spannend of er iemand over mij heen zou gaan, in Rio en ook tijdens een EK gebeurde dat namelijk in de laatste ronde. Mijn grote concurrent was helemaal opgepompt, klaar om me voorbij te gaan. Maar na zijn landing juichte alleen zijn team, niet de rest van het publiek. Ik keek naar Arno en die stak twee vuisten in de lucht en zei: je hebt ‘m! Ik begon te springen, ik kon het niet geloven: ik had het echt gedaan.’

200 meter

Ronald: ‘Ik voelde meer spanning voor de series dan voor de finale. Je weet dan nog niet hoe je vorm is, hoe je tegenstanders zijn. In de series heb je dat allemaal kunnen proeven en in de finale wist ik wat ik waard was. De ontlading bij de finish was heel groot, ik heb enorm hard gejuicht. Het is de kroon op m’n WK-werk. En wanneer het Wilhelmus dan voor jou gespeeld wordt, dat is een hele grote eer. Al kwam het besef pas later, toen ik in alle rust op m’n hotelkamer was en de dag doornam en tot de conclusie kwam: ik was vandaag echt de beste van de wereld. Dat voelt heel rijk.’

Ronald & Ranki

Ronald loopt al dertien jaar mee en is de mentor van de groep para-atleten. Ronald: ‘Niet iedereen heeft behoefte aan advies of hulp hoor. Ranki functioneert nu bijvoorbeeld uitstekend zelf, maar wanneer hij stress ervaart kan ik hem soms nog even helpen. Atleten hebben allerlei vragen, zo kwam Kimberly (Alkemade, red.) die dit WK haar debuut maakte en direct twee medailles won, vorige winter naar me toe met de vraag: “hoe hou je energie over zodat je aan het einde van de week nog een sociaal leven kun hebben?” Dat is ook onderdeel van het atleten-leven.

Ranki: ‘Ik heb vooral aan het begin van mijn carrière als topsporter heel veel aan Ronald gehad. Twee jaar lang reed ik geregeld met hem mee naar Papendal, hij leerde me zoveel tijdens die ritten. Hoe Papendal werkt, over het leven als topsporter. Het was fijn om met hem te praten. Na mijn eerste EK, WK en Spelen, zo rond 2017, wist ik het wel en had ik het niet meer nodig. Vanaf toen was ik zo gretig, niks kon me nog klein krijgen. Het enige wat ik nog moest doen, was uitvoeren. Ronald zegt dat ik hem ook heb geholpen door mijn positieve energie. Hij zei eens: “Als jij een wedstrijd hebt, probeer ik altijd te komen kijken want dat is zo genieten. Je lijkt iedereen op te willen eten, te willen verslaan.” Dat vind ik zo leuk om te horen. En het moment dat Ronald wereldkampioen werd, voelde ik me zo intens blij. Alsof ik zelf goud had,’ lacht Ranki. 'Terwijl ik nog moest. De dag van mijn wedstrijd stond ik op met de gedachte: Ronald heeft het gedaan, nu moet ik het doen.’  

Tekst: Esther Vliege

Fotografie: Hélène Wiesenhaan