Kidspersconferentie

Kinderen ondervragen Schippers en Amels

Eén slimmerik greep handig haar kans. Als ze dan toch vragen mocht stellen aan Dafne Schippers en Douwe Amels, wilde ze de twee wel uitnodigen haar eens te komen trainen. En dat konden Schippers en Amels natuurlijk niet weigeren. 'Als het uitkomt dan doe ik het,' zei Schippers. Die belofte staat.

Zo kan het gaan bij kinderpersconferenties. Met verrassende, frisse en directe vragen, zonder al te veel omhaal. Soms levert dat een quote op die voor krantenkoppen zorgen. Zo zei Louis van Gaal ruim een jaar geleden tijdens een kinderpersconferentie dat 'we' geen wereldkampioen gingen worden. 'Ik kan zo wel acht landen opnoemen die een grotere kans maken.' Alle 'grote' sportverslaggevers hadden even het nakijken. Die vraag ('denkt u dat we wereldkampioen worden?') hadden zij immers nooit aan Van Gaal gesteld. De primeur ging zo naar de jonge Eveline Mast en álle media in het land namen het over.

Het idee voor een kinderpersconferentie leefde al langer bij de afdeling marketing en communicatie bij de Atletiekunie. Op de zondag van de ASICS NK in Amsterdam kwam het er van, met de toppers. Het paste ook mooi bij de andere mogelijkheden voor de jeugd om atletiekhelden van dichtbij mee te maken. Die activiteiten sloegen aan, want de 1000 meter Jeugdloop was volgeboekt, in de mandjesploegen was geen plek meer en ook de kans om hand in hand met een topper de baan op te lopen was 'uitverkocht'.

Ook de kinderpersconferentie was 'vol'. NOS-verslaggever Andy Houtkamp kreeg de rol van de strenge ('wilt u uw mobieltjes uitdoen...') maar vooral vriendelijke presentator om het spel van vraag en antwoord tussen de toppers Dafne Schippers en Douwe Amels en zo'n dertig kinderen in goede banen te leiden. Jammer, maar een Van Gaal-momentje bleef deze keer uit. Hoewel het even spannend leek te worden toen Mick aan Schippers vroeg wat ze er van vond dat bij een van haar sprongen de afdruk in het zand al vóór de meting was weggeveegd. Maar Schippers hield het vriendelijk: 'Niet leuk, maar het kan gebeuren. Iedereen kan een foutje maken.'

Wat is jullie doel, wilde Jan weten. Sprintmedailles op de EK in Zürich, zei Schippers. 'En voor later is een medaille bij de meerkamp op de Olympische Spelen van Rio mijn doel.' Voor Douwe Amels zijn die doelen nog bescheiden: 'Ik moet me nog kwalificeren voor Zürich. Mijn doel voor later is nog precies hetzelfde als toen ik zes jaar oud was: ik wil ooit naar de Olympische Spelen.'

Denk je dat je nog beter kan, vroeg Christine. Schippers denkt van wel. 'Ik ben voor sport nog jong. Ik hoop ooit verder te springen dan 6,78 meter en ooit ónder de elf seconden op de 100 meter te lopen.' Vraag van Isabel en Tamara: wat voel je als je wint? Amels: 'Dat is zo mooi, daar kan maar weinig tegenop.'

Veel vragen van de jeugdpers gingen over de tijd dat Schippers en Amels zelf nog zo jong waren. Welke tijden ze toen liepen, wie hun helden waren? 'Karin Ruckstuhl,' zei Schippers. Ook Amels had ooit bij AV Impala een clubgenoot waar hij tegenop keek. 'Remco Bosgraaf was een heel grote tienkamper, dat was mijn favoriet. Misschien ook wel omdat hij fagot speelde en ik hobo.'

Waarom kozen Dafne en Douwe ooit voor atletiek? Amels: 'Omdat ik zelf niks kan bedenken. Mijn vader, moeder en zus zaten op atletiek. Dat moet wel leuk zijn, dacht ik. Ik ben op mijn vijfde begonnen en nooit meer weggegaan. Toen ik klein was, was ik ook echt heel klein. Maar mijn trainer kende mijn vader en had er vertrouwen in dat ik ooit flink zou gaan groeien. Lang zijn is voor een hoogspringer wel belangrijk natuurlijk.'

Schippers: 'Ik heb tot m'n negende jaar getennist. Ik was erg fanatiek, maar de ballen vlogen in het net of uit de baan. Toen ik een keer meedeed aan een sponsorloop bleek ik goed te kunnen lopen. Ga eens op atletiek kijken, zeiden ze. De tweede training bleek een wedstrijd. Waarom doe je niet mee, vroegen ze. Ik werd meteen tweede, heel bijzonder. Ik heb mijn tenniscarrière daarna snel aan de kant geschoven.'

En wat is hun favoriete onderdeel? Voor multitalent Schippers bijna een strikvraag. Ze vertelde heel veel sporten leuk te vinden om naar te kijken. 'Voetbal, zwemmen, tennis. En bij atletiek vind ik ook veel onderdelen heel leuk.' Douwe Amels heeft minder moeite met kiezen. 'Hoogspringen is spannend, er liggen altijd verrassingen op de loer. Voor een mooie wedstrijd hoogspringen kun je mij midden in de nacht wakker maken.'

Nieuwsgierig bleek de jeugdpers ook naar wat topatleten eten. 'Dan gaat het vooral,' zei Amels, 'over wat je niet mag eten. Geen snoep of patat enzovoort. Nou ja, af en toe. Maar ik moet wel zo dun mogelijk blijven, want al die extra kilo's moet ik wel over de lat meenemen.' Wat de twee eten voor een wedstrijd? Schippers: 'Hangt er van welk ik onderdeel ik doe. Bij een 800 meter eet ik meer pasta. Voor de sprints yoghurt en eieren vanwege het eiwit.' Amels: 'Ik heb het er vorige week met een voedingsdeskundige over gehad. Voor mij zijn eiwitten ook belangrijk. Dat helpt je om scherp te zijn in de wedstrijd.'

Andy Houtkamp mocht ook een vraag stellen. 'Waarom moeten deze kinderen net zo hard gaan trainen als jullie?' Amels: 'Omdat ze het leuk vinden.' Schippers: 'Plezier is het allerbelangrijkste, zeker als je jong bent. Als je talent hebt dan komt het wel.'

Amels noemde zijn Europese titel van 2013 bij de neosenioren als hoogtepunt. Voor Schippers is dat de bronzen plak op de WK van Moskou 2013, na die zinderende 800 meter. Maar hun grootste blunder ooit? Schippers: 'Dat was vorig jaar, tijdens de NK hier in Amsterdam, toen ik over een horde viel. Kan gebeuren.' Amels: 'Ik ben ooit heel hard tegen een paal gesprongen. Ik kwam naast de mat terecht en daarna viel die paal ook nog eens over me heen.'

Tekst: Pim van Esschoten
Foto’s: Karel Delvoye