Suikerziekte

Inleiding

Nog niet zo lang geleden kregen mensen met suikerziekte vaak van hun arts te horen dat ze maar niet meer moesten sporten. Tegenwoordig wordt daar gelukkig anders over gedacht. De combinatie suikerziekte en lopen is met enkele spelregels prima mogelijk. In dit artikel zal uitgelegd worden welke deze spelregels zijn.

Wat is suikerziekte?

Suikerziekte, waarvan de Latijnse benaming diabetes mellitus is, is een stofwisselingsziekte. De oorzaak is een tekort aan het suikerverwerkend hormoon insuline, dat gemaakt wordt in de alvleesklier. Met behulp van insuline kan glucose (suiker) door de cellen uit het bloed worden opgenomen. Als er te weinig insuline aanwezig is, leidt dat tot te hoge bloedsuikerwaarden in het bloed, terwijl de cellen zelf over te weinig suiker (=brandstof) kunnen beschikken. Deze niet door de cellen te gebruiken suikers wordt met de urine uitgescheiden. Met deze suikers wordt ook extra water uitgescheiden, waardoor iemand die aan suikerziekte lijdt veel zal plassen en veel dorst zal hebben. Iemand met suikerziekte zal zich als regel niet fit voelen en, afhankelijk van de ernst van de suikerziekte, uiteindelijk ook vermageren. De suikers worden immers door de nieren uitgescheiden uit het lichaam en kunnen dus niet door de (spier)cellen als brandstof benut worden.

Behandeling van suikerziekte

Er zijn twee typen suikerziekte te onderscheiden:

  • Type I ontstaat meestal op jeugdige leeftijd. Bij dit type suikerziekte produceert de alvleesklier nauwelijks of geen insuline meer. De behandeling bestaat uit het meerdere malen per dag injecteren van insuline. De hoeveelheid van dit suikerverwerkend hormoon moet afgestemd zijn op de hoeveelheid suikers (glucose) en meelspijzen (koolhydraten) die gegeten worden en de energie die (onder andere bij sportbeoefening) wordt verbruikt.
  • Type II ontstaat meestal op latere leeftijd (doorgaans boven de 40 jaar). Bij dit type suikerziekte werkt de alvleesklier niet goed meer en/of zijn de cellen relatief ongevoelig voor de werking van het suikerverwerkend hormoon. Veelal is er bij de mensen die dit type suikerziekte krijgen sprake van overgewicht. De behandeling van dit type suikerziekte bestaat in eerste instantie vooral uit een dieet dat, indien noodzakelijk, aangevuld wordt met bloedsuikerverlagende tabletten of insuline-injecties.

De behandeling van beide typen suikerziekte is er op gericht om normale suikerwaarden in het bloed te handhaven. Dat lukt niet altijd.
Het grootste gevaar is dat de bloedsuikerspiegels in het bloed (veel) te laag worden (hypoglycemie). In eerste instantie kan dat gepaard gaan met bleekheid, transpireren, moeheid, trillen en wazig zien. In dit stadium kan het eten of drinken van zoetigheid of meelspijzen (b.v. suiker of een boterham belegd met jam) nog helpen. De symptomen kunnen echter ook erger worden. In het ergste geval kan er bewusteloosheid en zelfs levensgevaar optreden, waarbij er snel medische hulp gezocht moet worden.

Ook te hoge bloedsuikerspiegels (hyperglycemie) kunnen optreden, wat gepaard kan gaan met een droge mond, veel plassen, hoofdpijn en vermoeidheid. In het algemeen levert dit minder acute problemen op, maar uiteindelijk zullen er zeker chronische klachten ontstaan door beschadiging van de verschillende organen. Er zullen dus wel maatregelen getroffen moeten worden om deze bloedsuikerspiegels te normaliseren.

Het is dus van belang dat de bloedsuikerspiegels frequent gecontroleerd worden. In eerste instantie zal een arts deze bloedsuikerspiegels (laten) controleren (door een verpleegkundige). In tweede instantie zal het mensen met suikerziekte vaak aangeleerd worden hoe ze zelf hun bloedsuikerwaarden kunnen bepalen (zelfcontrole). Zij prikken zichzelf dan in de vinger en bepalen de suikerwaarde dan door middel van een glucostick. Zij zijn als regel ook heel goed in staat om de hoeveelheid tabletten of de insulinedosis op de uitslag hiervan aan te passen (zelfregulatie).

Suikerziekte en sportbeoefening

Bij sport wordt extra energie verbruikt. Energie die nodig is om spierarbeid te leveren. De spieren krijgen voornamelijk energie uit suikers (glucose), meelspijzen en vetten. Beide brandstoffen zijn aanwezig in de spieren en worden via het bloed aangevuld. Wanneer de spieren veel brandstof nodig hebben bestaat de kans op te lage bloedsuikerwaarden. Gewoonlijk treedt dit niet op, doordat de concentratie van insuline door het lichaam zelf hierop wordt afgestemd. Door iets te eten of te drinken (b.v. sportdrank) zorgt iemand ervoor dat zijn suikerspiegels aangevuld worden. Bij mensen met suikerziekte is deze afstemming verstoord. Het risico van (veel) te lage of te hoge bloedsuikerspiegels is aanwezig.

Als de bloedsuikerspiegel voor aanvang van de sportbeoefening goed is, bestaat het risico dat er ten gevolge van de sportbeoefening een te lage bloedsuikerspiegel ontstaat. Om deze te lage suikerspiegel (hypoglycemie) te voorkomen, zal de dosis tabletten of insuline verminderd moeten worden en/of moet men extra suiker of meelspijzen eten. Het is echter moeilijk om aan te geven hoeveel er aangepast moet worden. Dit hangt af van het type sport, de duur en de intensiteit. Zelfcontrole en het opdoen van ervaring zijn hierbij onmisbaar.

Als de bloedsuikerspiegel voor aanvang van de sportbeoefening (veel) te hoog is, wordt sportbeoefening tijdelijk afgeraden. Door de verstoring van het samenspel van de hormonen bestaat dan namelijk het risico dat de bloedsuikerspiegel nog meer gaat stijgen, wat de gezondheid en natuurlijk ook de sportprestatie negatief kan/zal beïnvloeden.

Effecten van bewegen en sporten

De voordelen van (sportief) bewegen en sporten zijn legio. Bewegen en sporten zijn bij uitstek manieren om sociale contacten te leggen en fitter te worden. Niet alleen verbetert de algemene conditie en worden de spieren en botten sterker, maar ook de werking van insuline zal verbeteren. Die verbetering vindt niet alleen plaats tijdens de inspanning zelf, maar ook nog vele uren erna. Regelmatig bewegen of sporten kan de behoefte aan bloedsuikerverlagende tabletten of insuline dus vaak verminderen. Onder regelmatig bewegen en sporten wordt verstaan dat iemand 3 tot 4 keer per week gedurende minimaal 20 tot 30 minuten aaneengesloten bezig is, met bijvoorbeeld wandelen, fietsen of lopen.

Er zijn aanwijzingen dat regelmatig bewegen en sporten ook een positief effect heeft op het voorkomen van de lange-termijncomplicaties van suikerziekte. Denk bij deze langetermijneffecten bijvoorbeeld aan een slecht gezichtsvermogen en een verminderde weefseldoorbloeding en daardoor verminderde belastbaarheid van het hart en de benen. Bijkomend voordeel van sportief bewegen en sporten is dat het gewicht van mensen met een te hoog vetpercentage (te dikke mensen) in het algemeen afneemt. Natuurlijk is het van belang dat het bewegen en het sporten met de behandelend arts doorgesproken wordt. Juist ook bij mensen met suikerziekte is het belangrijk dat de duur, de intensiteit en de frequentie van het bewegen en de sportbeoefening langzaam opgebouwd wordt.

Welke sport is het meest geschikt?

Voor personen met suikerziekte zijn vooral de duursporten geschikt. Binnen de atletiek is dat met name het lange-afstand lopen. Bij lopen is de duur en de intensiteit van de sportbeoefening goed te doseren, wat van belang is bij de (zelf)regulatie van de suikerspiegels in het bloed. Als er (nog) geen sprake is van complicaties behoren ook de andere takken van de atletiek tot de mogelijkheden. Natuurlijk moet het plezier in de sport voorop staan.
Het is altijd van belang dat de trainer en eventueel ook de medesporters op de hoogte zijn van de suikerziekte en dat zij weten wat zij moeten doen bij verschijnselen van te lage suikerwaarden in het bloed (namelijk snel opneembare suikers geven of deskundige medische hulp inroepen).

Samenvatting

Suikerziekte is een stofwisselingsziekte, waarbij er een (relatief) tekort is aan het hormoon insuline. Insuline is nodig om suikers vanuit het bloed in de (spier)cellen op te nemen. Bij het instellen van een therapie is het belangrijk dat de suikerspiegels in het bloed zo goed mogelijk geregeld worden. De therapie is afhankelijk van het type en de ernst van de suikerziekte. (Duur)Sportbeoefening kan een gunstig effect hebben op de bloedsuikerspiegels en het verloop van de ziekte. Begeleiders en medesporters dienen te weten wat ze moeten doen bij verschijnselen van de ziekte.