Trainen in de Zeeuwse duinen
Wie zich voorbereidt op een EK in de bergen, loopt in Nederland al snel tegen een probleem aan: het gebrek aan hoogtemeters. Engels heeft daar zijn eigen oplossing voor: “In Zeeland train ik veel in de duinen,” legt hij uit. “Daar loop ik op trappen, heuvels en zandpaden. Daarnaast werk ik aan een stevige basis met vlakke duurlopen en intervaltrainingen.”
Dat Engels op jonge leeftijd al zo serieus met sport bezig is, komt niet uit de lucht vallen. Zijn ouders waren zelf actief in de atletiek en begeleiden hem nu als trainers. “Mijn moeder maakt mijn trainingsschema, mijn vader geeft mij training bij Dynamica en is ook fysiotherapeut. Tijdens het EK zijn ze er allebei bij als coach én supporter.”
Zijn liefde voor trailrunning zit niet alleen in het fysieke aspect, maar juist ook in het speelse karakter van de sport. “Het spelen met het terrein vind ik het allerleukst. Je vliegt omlaag, springt over stenen, maakt korte bochtjes en probeert na een afdaling meteen weer snelheid mee omhoog te nemen,” zegt hij. “Trailrunning is zwaar, maar daar houd ik wel van. De uitdaging is om met zo min mogelijk energie zo snel mogelijk over het parcours te gaan.”
Voor Engels draait het EK Off-Road vooral om ervaring opdoen en ontdekken waar hij internationaal staat op deze voor hem relatief nieuwe discipline. “Ik ben benieuwd naar het niveau van de andere atleten en hoe ik mij daartoe verhoud,” zegt hij. “Zodra de deelnemerslijsten bekend zijn, kan ik een inschatting maken waar in het veld ik ongeveer kan eindigen.”